Retro

Retro: Zonnig formulefeest tijdens GP de France Historique

senten-images210612 26R6796

Een week voor de 'moderne' GP van Frankrijk was het dit weekend op een zonovergoten Paul Ricard tijd voor de historische evenknie. Masters Historic Racing en de Historic Grand Prix Car Association brachten F1-auto's van late jaren veertig tot midden jaren tachtig, terwijl bij MAXX Formula ook een paar 21e-eeuwse exemplaren meereden. Het programma werd verder gevuld door de rest van de Masters-grids en een scala aan overige monopostoklassen met voornamelijk Franse deelnemers.

Tekst: Mattijs Diepraam
Foto's: Carlo Senten

Het hoofdprogramma werd uiteraard gevormd door de Masters Historic Formula One voor F1-auto's uit het drielitertijdperk. Na de magere opkomst op Donington Park en Brands Hatch was het hartverwarmend om 22 auto's aan de start te zien verschijnen op Paul Ricard – een extra bewijs van het feit dat de historische F1-wereld uit meer landen afkomstig is dan alleen het VK. Extra verheugend was de aanwezigheid van twee Matra's, zodat het Cosworth-monopolie weer eens werd doorbroken – al moest 'Mr John of B' zijn te fragiel gebleken MS120C laten staan voor zijn Ligier JS11/15.
  senten-images210613 26R9058

De grote bijdrage van het Europese vasteland ten spijt was het toch een Britse vaste klant – weliswaar met Ierse licentie – die twee keer aan het langste eind trok. Mike Cantillon reed in zijn Williams FW07C van CGA Engineering in beide races naar de overwinning, op zaterdag vanaf de derde plek, op zondag (op een reversed grid voor de eerste zeven van zaterdag) vanaf de zevende plek.
  senten-images210612 26R7290

Zijn belangrijkste tegenstand kwam van Nick Padmore, de kampioen van 2015, 2016 en 2018, die na een jaar afwezigheid terugkeerde, nu bij Britec Motorsport van Marco Werner. In de Lotus 77 van Marco Werner won hij beide keren de pre-78-klasse en eindigde hij ook twee maal in de algemene top-drie – op zaterdag vóór zijn 'teambaas' Werner, die naar een nog onwillige Lotus 92 was overgestapt. Jamie Constable (Tyrrell 011) liet het in de eerste race liggen door een spin, maar vocht zich op zondag sterk terug naar een tweede plaats.
  senten-images210613 26R9558

Net zo royaal was de Europese bijdrage aan de Masters Endurance Legends, dat evenals de HF1 in Engeland te lijden had onder onderinschrijving. Kriton Lendoudis (Peugeot 90X) en Christophe d'Ansembourg (Lola-Aston Martin DBR1-2) maakten een genot van de zaterdagrace, met een nipte winst voor de Griek als resultaat, terwijl de Belg op zondag de verrassing van het weekend van zich af moest houden: de Zwitser Marcello Marateotto in een Lola B06/10 die in de ALMS bij het team van Intersport was uitgekomen.
  senten-images210612 26R5941

De GT-strijd was net zo intens: op zaterdag tussen de GT1's van Nikolaus Ditting (Aston Martin DBR9) en Dominik Roschmann (Prodrive Ferrari 550 Maranello), gewonnen door Ditting, waarna beiden op zondag werden afgetroeft door GT2-coureur Olivier Tancogne, die in zijn Dodge Viper GTS-R het slimst gebruikmaakte van een pitstop tijdens een safetycarperiode.
  senten-images210612 26R6284

De Masters Historic Sports Cars voor Le Mans-auto's van 1962 tot 1974 hadden juist weer wel te lijden onder grootschalige Britse afwezigheid: slechts negen auto's gingen er van start. De Lola T70 Mk3B van Jason Wright/Andy Wolfe won met overmacht, maar net nadat Robert Beebee er vanuit de leiding hard afging in net zo'n T70. Michael Gans lag op dat moment tweede in zijn Lola T290, maar de lange safetycarperiode bracht het veld weer bij elkaar, zodat Wolfe zijn surplus aan talent kon inzetten voor een eenvoudige zege.
  senten-images210611 26R4364

De echte pechvogel van het weekend was de teamgenoot van Beebee. Robert Brooks miste zo zijn volledige rijtijd, want ook in de Formule 1 moest hij toekijken – en dat nadat hij in zijn nieuwe Lotus 91 voor het eerst in zijn carrière een pole had gescoord. In de slotfase van de kwalificatie liep hij schade aan zijn ophanging op die niet meer op tijd was te repareren...
  senten-images210611 26R5228

Nog meer pechvogels waren er in de Masters Gentlemen Drivers-race te noteren. Geen van de drie leidende auto's uit het eerste deel van de wedstrijd eindigde uiteindelijk in de top-drie. De consistent rijdende Italiaan Maurizio Bianco profiteerde, en voerde aan het slot een 1-2-3 van Jaguar E-types aan. In de CLP-klasse vielen er ook twee leiders uit: Masters-baas Ron Maydon door pech met zijn Ginetta G4R, Sander van Gils doordat zijn Elan van de baan werd gereden door een achterblijver. De Nederlander zat op het vinkentouw bij Maydon toen die uitviel en erfde daarna een gigantische voorsprong die normaal gesproken tot een dominante klasseoverwinning had geleid. Het mocht niet zo zijn.
  senten-images210613 26R9375

De Historic Grand Prix Car Association meldde zich een week na Dijon met een redelijk bescheiden afvaardiging van GP-auto's tot 1966 – ook daar liet de grotendeels Britse afwezigheid zich gelden. Michael Gans was in de Cooper T79 de grote favoriet, maar de Amerikaan viel in de eerste race uit, zodat Will Nuthall in zijn Cooper T53 zijn zegetocht van Dijon kon vervolgen. De volgende dag was Gans echter niet te stuiten: van de 18e en laatste startplaats stormde hij naar de leiding en de zondagwinst.
  senten-images210613 26R9402

Bijna net zo indrukwekkend was de opmars van de tweede Nederlander op het evenement: Michel Kuiper kon op zaterdag niet starten in zijn Brabham BT4, maar op zondag klom hij van de 16e plaats op naar de zesde plaats aan het eind.
  senten-images210613 26R8759

De laatste 'F1-smaak' werd verzorgd door het dozijn auto's uit de MAXX Formula, waar een Williams, een Super Aguri en een Toro Rosso de F1-afvaardiging vormden in een veld dat verder bestond uit een reeks GP2-auto's, een paar auto's uit de World Series by Renault, een IRL-auto, een AutoGP-auto en een duo Panoz-Menard DP09B's die bekend zijn van de Superleague Formula. De Fransman Christopher Brenier won in zijn Panoz in Braziliaanse 'Visit Manaus'-kleuren beide races, gevolgd door de Williams FW33 van zijn landgenoot Didier Sirgue. Dat waren meteen ook de enige auto's die nog in hun historische kleuren deelnamen.
  senten-images210613 26R8837

Ook in de Historic F2 werden de Britten node gemist. Manfredo Rossi (March 762) en Wolfgang Kaufmann (March 782) maakten er desondanks iets moois van. Twee keer ging de winst naar de Duitser, maar de Martini-erfgenaam maakte het Kaufmann twee keer bijzonder moeilijk. In de Lurani Trophy voor Formule Juniors bleek een van de weinige Britten die wél aanwezig was, oppermachtig: Chris Goodwin kwam, zag en overwon beide malen in zijn Lotus 22.
  senten-images210613 26R8647

Over deelname hadden de twee Franse monopostoklassen op het programma niet te klagen. De Trophee F3 & Formule Renault Classic bracht een schitterende verzameling van met name Franse F3's en F Renaults van de jaren zeventig en tachtig op de baan. Frédéric Rouvier bleek twee keer onweerstaanbaar in zijn March-Toyota 783, maar Matthieu Châteaux (Ralt-Alfa Romeo RT3) maakte het hem op beide dagen nog behoorlijk lastig. Ook bij de Formule Ford 1600's een dubbele winnaar: Christopher Aimable in zijn Van Diemen RF91. De 1000cc F3-'screamers' – een stuk ouder, maar ongeveer even groot en even snel – reden in deze klasse mee en beide malen was Geoffroy Rivet in zijn March 703 met gemak de beste.
  senten-images210613 26R8732

De laatste klasse op het programma was de Trophée Lotus die exclusief Lotus Sevens welkom heet. Xavier Jacquet leek beide races te gaan winnen, maar slaagde daar uiteindelijk alleen op zaterdag in. Op zondag viel hij uit terwijl hij aan de leiding lag, zodat de winst naar zijn naaste achtervolger Anthony Delhaye leek te gaan – tot die in de laatste ronde werd afgetroefd door Dominique Vuilliez.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet