Retro

Retro: In memoriam Max Mosley (1940-2021)

Mosley 2
Max Mosley, hier begin jaren tachtig tijdens de beruchte 'FISA-FOCA-oorlog'

Meerdere publicaties in Groot-Brittannië maken melding van het overlijden van Max Mosley op 81-jarige leeftijd. Hij was tot op Formule 2-niveau zelf actief als coureur, maar zijn grootste verdiensten in de autosport stammen uit zijn tijd als mede-oprichter van formulewagenbouwer March en het bijbehorende raceteam, vervolgens zijn rol bij de Formule 1-teamorganisatie FOCA en tenslotte uit de periode van 1991 tot 2009, waarin hij aan het hoofd stond van eerst de FISA en later de mondiale automobiel- en autosportfederatie FIA. In die hoedanigheid zette hij zich vooral in voor het veiliger maken van de Formule 1.

Tekst: René de Boer (Twitter: @renedeboer)
Foto's: Willem J. Staat, Rebocar/R. de Boer

Mosley was zelf een bekendheid in Groot-Brittannië, maar dat gold ook al voor zijn ouders. Zijn vader, Sir Oswald Mosley, de zesde Baronet of Ancoats, was in de jaren dertig de leider van de Britse fascisten. Zijn moeder, Lady Diana Mosley, geboren Mitfort, was eveneens een fervent aanhangster van het fascistisch gedachtengoed: de twee traden in 1936 in het huwelijk in het huis van Nazi-propagandaminister Joseph Goebbels, waarbij Adolf Hitler tot de gasten behoorde. Zoon Max Mosley zag op 13 april 1940 het levenslicht en groeide samen met zijn broer de eerste jaren zonder zijn ouders op, omdat die kort na zijn geboorte vanwege hun fascistische activiteiten gevangen werden gezet. Ook later had Max Mosley last van de familie-achtergrond, want op diverse scholen was hij niet welkom. Vanaf zijn 13e bracht hij twee jaar door op een Zuid-Duits internaat, waar hij vloeiend Duits leerde spreken. In Londen studeerde hij rechten en werd in 1964 beëdigd tot advocaat, waarna hij zich specialiseerde in patent- en handelsmerkrecht.

Na afronding van zijn studie kreeg Mosley groeiende belangstelling voor de autosport. Hij reed een aantal races in Groot-Brittannië en groeide door naar internationaal niveau. In 1968 richtte hij samen met Chris Lambert het London Racing Team op voor de deelname aan het EK Formule 2, waarbij Frank Williams het tweetal ondersteunde. Mosleys beste resultaat was de achtste plaats in een race op Monza, die niet meetelde voor het kampioenschap.

Mosley zag al snel in dat er als coureur geen grote toekomst voor em was weggelegd. Samen met Robin Herd, Alan Rees en Graham Coaker richtte hij in 1969 March op als constructeur van formulewagens, waarbij de naam een acroniem van de beginletters van de respectievelijke achternamen (en de A van Reeds voornaam) was. Mosley nam juridische zaken en de verkoop voor zijn rekening. March-klantenauto's waren al snel succesvol in de Formule 1, ondermeer met Jackie Stewart bij Tyrrell in 1970, het eigen team kon daarentegen niet echt potten breken. Anders was dat in de Formule 2, waar March met exclusieve BMW-fabrieksmotoren vele successen behaalde. Eind 1977 verliet Mosley March en ging zich volledig richten op zijn rol als juridisch adviseur van de Formula One Constructors' Association, de organisatie die zo goed en zo kwaad als het ging probeerde de belangen van de Formule 1-teams te behartigen.

Bernie Ecclestone stond aan het hoofd van de FOCA en had Mosley binnengehaald. De twee vormden jarenlang een congeniaal duo, niet in de laatste plaats in de keiharde strijd met de FISA onder aanvoering van Jean-Marie Balestre in de beginjaren tachtig. Mosley stond in 1982 aan de basis van de eerste 'Concorde-overeenkomst', genoemd naar de Place de la Concorde in Parijs, waar de FIA en FISA hun hoofdkwartier hebben dan wel hadden. FISA werd verantwoordelijk voor de regelgeving van de Formule 1, FOCA kreeg de commerciële en televisierechten in handen.

Mosley 3
Mosley met Ecclestone en Balestre in 1981 op Hockenheim

Na een periode waarin hij actief was voor de Britse conservatieve partij werd Mosley in 1986 met steun van Ecclestone en Balestre hoofd van de 'Manufacturers' Commission' van de FISA. In hetzelfde jaar richtte hij samen met Nick Wirth, eveneens een oud-March-man, Simtek Research op, maar verkocht zijn aandeel in de onderneming toen hij in 1991 werd gekozen tot president van de FISA, terwijl aanvankelijk Balestre nog aanbleef als topman van de FIA. In 1993 trad Balestre uit die functie terug en kreeg Mosley als opvolger, de FISA werd in de FIA geïntegreerd.

Mosley leidde in 1994 het initiatief voor meer veiligheid in de Formule 1, met name na de dodelijke ongevallen van Roland Ratzenberger en Ayrton Senna in Imola, maar ook de zware crash van Karl Wendlinger in Monaco. Ook op het gebied van verkeersveiligheid werden onder leiding van Mosley stappen gezet, zoals de invoering van de EuroNCAP-crashtests. Mosley werd in 1997, 2001 en 2005 herkozen als FIA-president, maar maakte eind 2008 bekend niet nog een ambtsperiode te ambiëren. Ondertussen positioneerde hij Jean Todt als de opvolger van zijn voorkeur, wat uiteindelijk in 2009 ook uitmondde in de verkiezing van de Fransman, hoewel diens tegenkandidaat Ari Vatanen de qua ledental grootste automobielclubs achter zich wist te scharen. Omdat echter de stem van iedere club, hoe groot of klein ook, gelijkwaardig is, ging de winst naar Todt.

In 2008 kwam Mosley in het nieuws doordat een Britse tabloid foto's afdrukte, waarop Mosley in een SM-achtige situatie te zien was. Mosley won meerdere rechtszaken in dit verband, ondermeer ook tegen Google, dat de betreffende foto's moest verwijderen. Het meest recent werkte Mosley aan een autobiografie en verleende medewerking aan een documentaire over zijn leven, die volgende maand verschijnt.

Mosley
Mosley was een fervent skiër en ook een regelmatige bezoeker van de Hahnenkamm-skiwedstrijden in Kitzbühel
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet