Diversen

Div: Bespreking autosportboeken (deel 3)

Rindt cover

Dr. Erich Glavitza: Jochen Rindt – Ikone mit verborgenen Tiefen / A champion with hidden depths *****

Het was dit jaar een halve eeuw geleden dat Jochen Rindt om het leven kwam bij een ongeval in de training voor de Italiaanse Grand Prix op Monza. Daarmee kreeg de Formule 1 zijn eerste en gelukkig tot nu toe enige postume wereldkampioen, want tot aan die noodlottige zaterdag, 5 september, had Rindt met vijf Grand Prix-zeges al een zodanig grote voorsprong in het WK opgebouwd, dat niemand hem meer achterhaalde. Jacky Ickx, die dat seizoen als tweede afsloot, was volgens de overlevering blij dat Rindt wereldkampioen werd, omdat de Belg er een slecht gevoel aan zou hebben overgehouden als hij Rindt alsnog in het rijdersklassement gepasseerd zou zijn.

Over Rindt zijn in de loop der jaren heel wat boeken verschenen. Natuurlijk van de Oostenrijkse veelschrijver Heinz Prüller, die Rindts loopbaan van nabij volgde, en diens eeuwige tegenstrever Helmut Zwickl. Beide Oostenrijkse auteurs brachten vrij snel na Rindts dood een boek op de markt, maar ook met wat meer afstand verschenen er boeken, niet alleen in het Duits, maar ook in het Engels. Rindt sprak en spreekt nog steeds tot de verbeelding en ook bij de 50-jarige herdenking van zijn overlijden werden enkele boeken heruitgegeven. Daarnaast verscheen bij de Duitse uitgever McKlein een nieuw boek, tweetalig in Duits en Engels, dat het beste is wat we over Rindt zagen.

Het boek begint met een introductie die helpt om de persoon Rindt beter te begrijpen. Hij werd in 1942 geboren in de Duitse stad Mainz. Zijn ouders kwamen bij een luchtaanval om het leven, waarna hij bij zijn grootouders in Graz opgroeide. Hij erfde een deel van de onderneming Kleri, een maalderij van specerijen en kruiden, en financierde daarmee de eerste stadia van zijn loopbaan in de autosport. Al snel trok hij naar Groot-Brittannië, waarmee hij zijn internationale ambities duidelijk maakte. "Ik ben Europeaan", antwoordde hij dan ook op de vraag of hij nou Duitser of Oostenrijker was. Een vooruitstrevende instelling, zeker in een tijd dat de meeste Duitse of Oostenrijkse rijders toch liever veilig in hun eigen taalgebied bleven. In Londen deelde Rindt een appartement met een wisselend gezelschap van rijders, onder wie Piers Courage, Frank Williams, Peter Gethin en Charles Crichton-Stuart. Via dat netwerk kwam Rindt ook in contact met Bernie Ecclestone, die later een cruciale rol in Rindts sportieve en commerciële carrière zou spelen.

Het eerste hoofdstuk van het boek is gewijd aan Rindts ouders, gevolgd door een gedeelte met foto's uit het familiealbum, Rindts vroege schoolperiode en zijn internaatsjaren. In hoofdstuk zes is er voor het eerst sprake van autosportactiviteiten: races op vliegveldcircuits in 1961 met een Simca Montlhéry, het daaropvolgende seizoen een hele reeks rally's en bergklims met een Alfa Romeo. Daarna werd het tijd voor de Formule Junior: onder de vlag van de Ecurie Vienne schreef Rindt in 1963 een Cooper T59 in. Dat ging al snel goed: in Cesenatico won Rindt al de tweede Formule Junior-race waaraan hij deelnam. Een jaar later reed hij al Formule 2 onder de vlag van Ford Austria en woonde hij in Londen. Op het circuit van Crystal Palace won hij met een Brabham, in datzelfde jaar maakte hij op het vliegveldcircuit van Zeltweg zijn F1-debut met een Brabham van Rob Walker. Tussendoor reed hij ook sportwagenraces met Ferrari.

Rindt 3

1965 was Rindts eerste volledige seizoen in het WK F1 met Cooper, afgewisseld met een volledige Formule 2-campagne met het team van Roy Winkelmann, prototype-races met Abarth en de 24 Uur van Le Mans met het North American Racing Team, waar Rindt samen met Masten Gregory won. De successen komen uitgebreid aan de orde, evenals de eerste 'Jochen Rindt Racing Show' die Rindt eind dat jaar in Wenen organiseerde. Het volgende hoofdstuk is gewijd aan het jaar 1966, het debuutseizoen van de drieliter-F1, maar opnieuw reed Rindt ook races voor het Autodelta-Alfa Romeo-team, F2 voor Winkelmann en enkele sportwagenraces en bergklims voor Porsche. Hoofdstuk 14 is gewijd aan Rindts relatie en huwelijk met de Finse Nina Lincoln.

Merkwaardig genoeg draagt hoofdstuk 15 de titel '1967: het tweede jaar met Cooper', hoewel het na 1965 en 1966 toch al het derde seizoen voor Rindt bij de renstal was. In hetzelfde jaar maakte Rindt zijn debuut in de Indy 500 met de all americam Racers van Dan Gurney, maar daar haalde hij net zo min de finish als twee weken later bij de 24 Uur van Le Mans met een fabrieks-Porsche 907. Ook in de Formule 1 was het een lange reeks van uitvalbeurten, alleen een reeks van overwinningen met Winkelmann in de Formule 2 was de reden dat er nog wat te vieren was. Rindt reed zelfs NASCAR, met een Ford Fairlane van Holman-Moody tijdens de Carolina 500 op Rockingham. Aan de Amerikaanse avonturen is een apart hoofdstuk gewijd. In 1968 stapte Rindt over naar Brabham, waar het F1-seizoen op 1 januari (!) gelijk begon met de derde plaats op Kyalami. Ook op de Nürburgring werd Rindt derde, maar voor de rest waren er ook hier tal van uitvalbeurten. In de Formule 2 liep het daarentegen weer als vanouds met vele overwinningen.

In 1969 maakte Rindt de overstap naar Lotus, na lang aandringen van Colin Chapman. De coureur zelf had zijn twijfels: "Of ik wordt er wereldkampioen, of ik kom er om", zei hij, een macabere uitspraak bezien in het licht van de geschiedenis. Even tekenend was zijn antwoord op de vraag of hij na zijn ongeval op Montjuich zijn vertrouwen in Lotus verloren had: "Dat heb ik nooit gehad." Niettemin behaalde Rindt op Watkins Glen zijn lang verwachte eerste F1-GP-zege en opnieuw waren er tal van F2-overwinningen met Winkelmann. In 1969 verhuisde het echtpaar Rindt samen met dochter Natasha naar de omgeving van Genève, waar ze in Le Muids een eigen huis lieten bouwen en tot dat klaar was in het huis naast 'Clayton House' van Jackie Stewart en diens gezin woonde. Ook dat wordt in het boek gedocumenteerd.

Rindt 4

De zege op Watkins Glen vormde de opmaat tot het jaar 1970, waarin Rindt met vijf overwinningen zijn succesvolste F1-seizoen beleefde, maar op Monza ook de ultieme prijs betaalde. Tevens richtte hij dat jaar samen met Bernie Ecclestone het Formule 2-team Jochen Rindt Racing Ltd op. Alles wees erop dat hij zich meer en meer op zijn zakelijke carrière wilde richten, inclusief zijn zeer succesvolle 'Jochen Rindt Show', die in 1970 met twee edities in München en Essen zou plaatsvinden. Sportief gezien liep het goed: tot aan die zwarte zaterdag op Monza won Rindt vijf F1-races en vier F2-wedstrijden. Het was echter ook een seizoen met tragedie, niet in de laatste plaats door het ongeval van Piers Courage op Zandvoort, wat in het boek ook uitgebreid belicht wordt.

Het laatste hoofdstuk van het boek is gewijd aan het ongeval op Monza, waarbij Rindt het leven liet, met indringende foto's, gecombineerd met een zorgvuldige analyse waarin de juiste balans tussen nuchtere zakelijkheid en emotie gevonden is. Zo is het hele boek qua tekst: geen heldenepos, want ook Rindts ongemakkelijkere kanten worden benoemd. Ook geen oeverloze opsomming van alle races, maar een onderhoudend geschreven verslag van een niet al te lange, maar wel rijke en afwisselende carrière. Voor elk jaar is er een hoofdstuk dat met name tekst en een paar grote foto's bevat, en dan een apart hoofdstuk met 'het jaar in foto's', waarop er ook veel andere coureurs en privésituaties te zien zijn. Situaties aan zwembaden, kaart- of backgammonspel, feestjes thuis: het komt allemaal aan de orde, evenals natuurlijk fraai wedstrijdbeeld en opnamen vanuit pits en paddock. Een overzicht van alle races van Rindt sluit het geheel af. Dr. Erich Glavitza, zelf ook bepaald niet onverdienstelijk coureur, heeft na zijn in 2018 verschenen eigen memoires met het boek over Rindt weer een prachtig werk afgeleverd, tweetalig in Duits en Engels, keurig verzorgd in een groot vierkant formaat in cassette. Uw redacteur heeft de nodige boeken over Rindt in de kast staan, maar als er daaruit één zou moeten worden gekozen, dan is het dit.

Dr. Erich Glavitza: Jochen Rindt – Ikone mit verborgenen Tiefen / A champion with hidden depths. Uitgave: McKlein, ISBN: 978-3-947156-26-9, Duits- en Engelstalig, 400 pagina's, 30 x 30 cm, hardcover in cassette.

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet