Retro

Retro: In memoriam Ron Tauranac

tauranac-portret

Een autosportlegende heeft ons verlaten: op 95-jarige leeftijd is vanmorgen vroeg de befaamde constructeur Ron Tauranac overleden. Als een van de grootste constructeurs van F1-auto's en formulewagens laat de Australiër een grote erfenis achter.

Tekst en foto's: Willem J. Staat/Mattijs Diepraam

Tauranac vergaarde zijn internationale faam door zijn band met Jack Brabham, die drie keer wereldkampioen F1 zou worden en een van technisch best onderlegde F1-coureurs aller tijden was. Samen vormden de twee Australiërs een ijzersterk team, maar zonder Brabham bleek Tauranac net zo'n een technisch genie. Als bouwer van succesvolle formuleauto's onder de naam Ralt maakte hij in de jaren zeventig en tachtig school, voordat Reynard en daarna Dallara zijn markt overnamen.

74mm-sun-9

De jonge Ron keerde al op zijn 14e school de rug toe en kwam bij de luchtmacht terecht, waar hij als piloot werd opgeleid. Vervolgens verliet hij als ontwerper in 1949 de luchtmacht. Samen met zijn broers ontdekte hij de racerij: eerst de motorfietsen, later de auto's. Met Lewis Tauranac modificeerde hij een Cooper waarvan de naam uit vier letters bestond, te weten: Ron, Austin, Lewis, Tauranac. Deze initialen creëerden de merknaam Ralt, de fabriek die vanaf het begin van de jaren zeventig legendarische formuleauto's zou gaan bouwen voor Formule 2, Formule 3 en Formule Atlantic.

hgp-2014-zaterdag-actie-11

Bij lokale Australische heuvelklims kwam Ron Jack Brabham tegen. Het leidde tot een vriendschap die hen tot in de Formule 1 zou brengen. Brabham toog midden jaren vijftig al naar Europa om daar bij Cooper aan de basis te staan van de monoposto met middenmotor. In 1959 haalde Brabham zijn vriend naar 'het oude continent' om zijn Cooper-Climax F1 te modificeren. Toen Brabham besloot om Cooper te verlaten en zijn eigen team op te richten, nam hij Tauranac mee. Samen richtten ze in 1961 Motor Racing Developments (MRD) op, het bedrijf dat de Brabham-raceauto's zou gaan bouwen. Oorspronkelijk zouden de auto's ook MRD gaan heten, maar Brabham en Tauranac zagen daarvan af toen hen werd verteld hoe die letters in het Frans zouden klinken...

hgp-2014-zondag-actie-11

Als eerste ontwierp Ron een Formule Junior voor Brabham, de BT1. De letters BT staan uiteraard voor Brabham Tauranac. Vele succesvolle Brabhams volgden, niet alleen F1-auto's, maar ook F2's en F3's, want MRD produceerde net als Lotus, Cooper en Lola ook chassis voor klanten. Deze strategie zou Tauranac later blijven volgen met Ralt. Hoogtepunt uit de Brabham-periode was natuurlijk het winnen van het wereldkampioenschap van 1966 met Sir Jack en de Brabham-Repco BT19. Voor het eerst in de geschiedenis van de Formule 1 won een coureur de titel in een auto met zijn eigen naam. Brabham deed het daarna in 1967 nog eens over met Denny Hulme. Toen Jack Brabham na het seizoen 1970 afscheid nam, nam Tauranac aanvankelijk het team over, maar al snel deed hij Brabham in de verkoop aan Bernie Ecclestone. Na omzwervingen bij Trojan en Williams richtte Ron in 1974 Ralt op.

hgp2014-zondag-28

Met de Ralt RT1 maakte Tauranac meteen furore. Van dit type bouwde hij er meer dan 500, voor diverse junior-categorieën. Er waren F2-versies, F3-versies en zélfs een F1-auto die op de RT1 was gebaseerd: zo werd Tauranac toch weer een GP-winnaar, want de Theodore TR1 waarmee Keke Rosberg in 1978 de International Trophy op Silverstone won, was in de basis óók een RT1. Het succes van de RT1 zou vijf jaar lang aanhouden, want de auto was zo succesvol dat er zelfs in 1979 nog niet aan een opvolger gedacht werd.

ralt-toyota

De opvolger RT3 was eigenlijk allang klaar, maar werd in 1979 als achterdeurproject met de Chileen Eliseo Salazar in het Britse F3-kampioenschap en enkele Europese wedstrijden ingezet. Destijds interviewde onze verslaggever op Zolder enkele van zijn medewerkers die hiervoor verantwoordelijk waren. Hij kreeg als commentaar: "Ron does not want this, he hates this." Maar ook de Ralt RT3/81, RT3/83 en zo verder waren voor de diverse F3-kampioenschappen een groot commercieel succes. Van de RT3-chassis werden er ongeveer 150 gebouwd. Na de Ralt RT30 was de Ralt RT36 de laatste F3 die in Woking commercieel gefabriceerd werd. Tauranac experimenteerde nog wel met een RT37, maar die was niet meer tegen de toenmalige concurrentie van Reynard en later Dallara opgewassen.

salazar

Ralt speelde nog wel een rol van betekenis in de Formule 2, zeker door de band met Honda. Daarmee herleefden de jaren zestig, toen Brabham en Honda ook al succesvol waren in de F2. Met steun van Honda haalde Tauranac in 1990 Nigel Mansell binnen en op Zandvoort behaalde de toekomstige F1-coureur een vijfde plek. Met Geoff Lees, Jonathan Palmer, Roberto Moreno en Mike Thackwell wonnen de Ralt-Honda's vele races en titels. In het eerste F3000-kampioenschap behaalde Thackwell na het winnen van vier wedstrijden een tweede plek in het kampioenschap, maar daarna wisten de producten van Tauranac nooit meer echt hun draai te vinden. In 1988 verkocht Tauranac zijn aandelen aan March. De toenmalige F3's werden verdergebouwd onder de naam Ralt, maar March zette wel een streep onder de F3000-activiteiten.

ralt-honda3

Nadat Ralt ophield te bestaan, was Ron nog bij diverse F1-projecten van Arrows en Honda betrokken voordat hij definitief naar Australië terugkeerde. Hij bracht zijn laatste levensjaren dicht bij zijn dochter door. Voor zijn prestaties op het gebied van Engineering ontving Ron in 2002 the Order of Australia Award en werd hij in 2017 in de Australische Motorsport Hall of Fame opgenomen. Een man die voor zijn werk leefde, graag een glas wijn lustte maar door vele van zijn rijders als knorrig werd omschreven.

tauranac
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet