Diversen

Div: Recensies 'Dwars door de Tarzanbocht' en 'Formule 1 2020 - Terug in Zandvoort'

IMG 6763

Ruim op tijd voor de oorspronkelijk geplande datum van de Grote Prijs van Nederland voor Formule 1-wagens (oh nee, F1 Heineken Dutch Grand Prix heet dat officieel) verscheen de derde editie van het boek 'Dwars door de Tarzanbocht' van Hans van der Klis, die ook jarenlang zijn bijdrage leverde aan deze website. Het boek vertelt het verhaal van de 15 rijders die ooit deelnamen aan tenminste één wedstrijd voor het wereldkampioenschap, van Jan Flinterman en Dries van der Lof tot aan Max Verstappen. Daarnaast bracht Van der Klis samen met Rick Winkelman alweer de vierde editie van het gemeenschappelijke Formule 1-jaarboek van de twee heren uit, met ditmaal uiteraard extra aandacht voor de Nederlandse Grand Prix. AUTOSPORT.NL stelt beide boeken voor, plezierige lectuur in deze raceloze tijd.

Tekst: René de Boer (Twitter: @renedeboer)
Foto's: Rebocar/R. de Boer

IMG 4560

Hans van der Klis: Dwars door de Tarzanbocht *****

Er bestaat niet zoiets als een 'canon voor de Nederlandse autosportliteratuur', maar zou er zoiets zijn, dan hoort dit boek, 'Dwars door de Tarzanbocht', er zonder meer in. Net als bijvoorbeeld het prachtige 'Autocircus van weleer' van Jan Apetz, over de eerste initiatieven van enkele enthousiasten voor de Tweede Wereldoorlog, het standaardwerk van Mark Koense en Tuvalu Media over de Grand Prix op Zandvoort, de biografie van Gijs van Lennep door Mark Koense en Rob Wiedenhoff, het boek over het Racing Team Holland van Wiedenhoff en Ed Heuvink, 'Rally's & Races' van Willem Leonard (pseudoniem van W.L. Brugsma) over de avonturen van Maus Gatsonides en het boek '100 Jaar autosport, 50 jaar Circuit Zandvoort' van het illustere kwartet Dirk Buwalda, Rob Wiedenhoff, Coo Dijkman en Pim Stoel.

Maar goed, terug naar het boek 'Dwars door de Tarzanbocht', waarvan eerdere edities verschenen in 2003 (bij L.J. Veen) en in 2007 (bij Pandora). Het aantal coureurs dat wordt behandeld stijgt per uitgave, van elf in de eerste editie via 13 in de tweede tot 15 in de actuele versie. De aanblik van de cover van het huidige werk roept een lichte glimlach op, want de afbeelding strookt niet met de titel van het boek: wie Zandvoort ook maar enigszins kent, ziet natuurlijk direct dat de afbeelding van Jan Lammers in de Theodore TY02 tijdens de Grand Prix van 1982 uit de Hugenholtzbocht stamt. Grappig: Lammers reed destijds met het nummer 33, dat we nu natuurlijk van een andere Nederlandse coureur kennen. Het ontwerp van de cover spreekt grafisch erg aan: mooi lettertype, goede afwisseling met het rood, zwart en wit en een spannende foto. Natuurlijk gaat een boek in eerste instantie om de inhoud, maar het oog wil tenslotte ook wat. Als alternatief verkopen enkele winkelketens een versie met een cover met kleurenfoto van Huub Rothengatter in de oranje gekleurde Spirit in 1984, ook weer in de Hugenholtzbocht, met een goed gevulde tribune op de achtergrond.

Qua opzet is de nieuwe editie vergelijkbaar met de twee eerdere uitgaven, die we natuurlijk ook nog in de kast hebben staan. Dat betekent dat er aan elke Nederlandse coureur die deelnam aan tenminste één Grand Prix voor het wereldkampioenschap een hoofdstuk is gewijd, gelardeerd met drie tot vier foto's per rijder. Daarbij zijn de eerste twee Nederlandse WK-deelnemers, Jan Flinterman en Dries van der Lof, die in 1952 op Zandvoort aan de start verschenen, in één hoofdstuk samengevoegd, omdat hun raceverhaal vrijwel parallel loopt. Vervolgens komen de Nederlandse coureurs allemaal aan bod, in chronologische volgorde ingedeeld naar hun respectievelijke Grand Prix-debuten. Van Carel Godin de Beaufort via Ben Pon en Gijs van Lennep, Roelof Wunderink, Boy Haye en Michael Bleekemolen, naar Jan Lammers, Huub Rothengatter, Jos Verstappen, Christijan Albers, Robert Doornbos en Giedo van der Garde, met uiteraard Max Verstappen als glansrijk slotakkoord.

Op prettig leesbare wijze vertelt auteur Hans van der Klis het verhaal over de rijders, hun weg naar de koningsklasse en hoe ze het daar, zeker in de jaren zeventig en tachtig, eigenlijk altijd met inferieur materiaal moesten doen. Daarbij worden ook de achtergronden belicht: op avontuur beluste sponsors, enthousiaste en doortastende managers en soms ook het nodige gekrakeel achter de schermen. De schrijver bekijkt de zaken daarbij bepaald niet door een roze bril: het was vaak gepruts in de marge, chronisch ondergefinancierd, en zo is het ook opgeschreven.

Met Jos Verstappen in de negentiger jaren was er sprake van een sterk groeiende populariteit van de Formule 1 in ons land. Zelfs de foeilelijke 'tower wings' op de Tyrrell in 1998 worden weer in herinnering geroepen door een foto. Na de millenniumwisseling waren het Albers, Doornbos en Van der Garde, die het met medeneming van de nodige financiën mochten proberen, maar ook hier was er vaak sprake van storende bijgeluiden achter de schermen, die Van der Klis ook zonder mooipraterij opschrijft. Het geheel is een boek dat heerlijk wegleest, voor degenen die de Formule 1 al langer volgen geregeld een glimlach van herkenning oproept en gewoon op treffende en doelmatige wijze dit aspect van de Nederlandse autosporthistorie documenteert. Of, en zo ja wanneer, er een vierde editie komt, is natuurlijk niet te zeggen, dus de nu verschenen versie bevelen we meer dan van harte aan!

Is er dan helemaal niks aan te merken? Nou ja, de echte kenners weten natuurlijk dat de ondertitel strikt formeel genomen niet juist is, omdat de heren Flinterman en Van der Lof hun Grand Prix reden toen het wereldkampioenschap voor auto's volgens Formule 2-reglement was uitgeschreven – wat in de tekst ook keurig wordt gememoreerd. Voor de rest zitten er met name in de recent toegevoegde hoofdstukken wat slordigheden, die bij een wat nauwkeuriger controle voor het ter perse gaan ongetwijfeld waren opgevallen. Als voorbeeld: pagina 185, waar staat: 'Hij reed in de kleuren van AC Milan. te komen rijden'. Daar is duidelijk vergeten een passage weg te halen. Evenzo staat er op pagina 209 ergens 'zou' waar 'zoon' had moeten staan, op pagina 212 'professie' waar 'progressie' bedoeld was, een pagina verder 'tetijd' in plaats van 'de tijd'. En zo hebben we er nog een paar. Maar goed, dat zijn details, die verder inhoudelijk niets afdoen aan het boek, dat de maximale score van vijf sterren beslist waard is. En hoewel we pas in april zitten: een geheide kandidaat voor de titel 'Autosportboek van het jaar 2020'. (En dan misschien een mooie gelimiteerde editie in hardcover met stofomslag?)

Hans van der Klis: Dwars door de Tarzanbocht – de vijftien! Nederlandse Formule 1-coureurs. Uitgave: Edicola. 240 pagina's, gebonden in softcover. ISBN: 978-94-92920-92-8.

IMG 8892
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet