Diversen

Div: Boekrecensies AUTOSPORT.NL 2016

Boeken Carrera Faller


Andreas A. Berse: 'Carrera – 50 Jahre am Drücker' **** / Ulrich Biene: 'Faller – Kleine Welt ganz gross' ****


Als afsluiting van de uitvoeriger boekbesprekingen van dit jaar op AUTOSPORT.NL twee boeken die niet direct met autosport in de gebruikelijke zin van het woord te maken hebben, maar die te leuk zijn om niet nader voor te stellen. En ja, toegegeven, een beetje jeugdsentiment zit er ook bij, maar dat mag toch wel, in deze tijd van het jaar?

Allereerst 'Carrera – 50 Jahre am Drücker'. Bij het horen van het woord 'Carrera' denk ik in eerste instantie natuurlijk aan Porsche, dat zijn sportieve modellen sinds jaar en dag noemt naar de 'Carrera Panamericana', de roemruchte 'road race' uit de jaren vijftig. De naam staat, zeker in het Duitse taalgebied, echter ook voor slotcar-racebanen. Zelfs zodanig, dat het woord 'Carrerabahn' tot soortnaam geworden is, ongeacht het merk. Een beetje zoals dat met Scalextric in de meer Angelsaksisch georiënteerde landen het geval is. Hele generaties groeiden op met de raceauto's op schaal met kleine sleepcontacten onder de bodemplaat en nog steeds denken veel kleine kinderen dat een circuit standaard de vorm van het cijfer acht heeft, omdat een Carrera-baan er vaak zo uitziet.

Boeken Carrera inhoud

De historie van Carrera is vastgelegd in een fraai boek, dat in 2014, enigszins vertraagd, ter gelegenheid van het halve-eeuwfeest van het merk verscheen bij uitgever Delius Klasing. Auteur is Andreas A. Berse, die als expert op dit gebiedt geldt. Alweer zo'n 25 jaar geleden richtte hij het nog steeds bestaande modelautotijdschrift 'Modell-Fahrzeug' op, na eerder jarenlang als auteur voor 'Auto Motor und Sport' actief te zijn geweest. Berse beschrijft de geschiedenis van het merk Carrera en gaat zelfs terug tot Josef Neuhierl, de vader van de oprichter, die al in de jaren dertig blikken modellen van de 'Silberpfeile', de raceauto's van Mercedes-Benz en Auto Union uit die tijd, vervaardigde en na de oorlog onder de merknaam JNF doorging. Modellen als de Porsche 356 werden bekend en in de jaren zestig verscheen er een JNF-model van een kart.

Zoon Hermann Neuhierl begon in 1963 met de productie van racebanen onder de naam Carrera. Aanvankelijk was bij Porsche daar niet iedereen even enthousiast over, maar Porsche-marketingman en -sportdirecteur Huschke von Hanstein was meteen overtuigd van de promotionele mogelijkheden die de banen boden, omdat Neuhierl beloofde dat er in vrijwel elke startset minstens één Porsche-model zou worden opgenomen. Zo bleven problemen uit en de Carrera-banen werden een groot succes. In de jaren zeventig werd het assortiment uitgebreid met RC-modellen van ondermeer boten, maar de racebanen bleven favoriet. Rondentellers via een portaal boven de baan, een stuurwieltje op de afstandsbediening en de mogelijkheid om van spoor te wisselen waren nieuwe vondsten. Die konden echter niet verhinderen dat het in de tachtiger jaren niet meer zo goed ging. De familiedirectie was onvoldoende met de tijd meegegaan, de banken maakten het lastig. Met John de Ruig, ex-Mattel, stond er in 1984 zelfs even een Nederlander aan het bewind, maar dat duurde niet lang. Kurt Hesse nam Carrera over en zorgde weer voor groei, waarbij ook de RC-markt steeds belangrijker is. Tegenwoordig staan vader en zoon Stadlbauer aan het hoofd van Carrera, ze verwierven het merk in 1999. Tegenwoordig is Carrera nog steeds volop actief, waarbij naast de actuele auto's (vaak met medewerking van de grote autofabrikanten) ook historische modellen populair zijn. Het volledige verhaal is, rijk geïllustreerd, na te lezen in het boek van Berse, dat ook enkele reportages omvat die eerder in 'Modell-Fahrzeug' verschenen.

Faller is iets minder sportief, maar dat is ook zo'n typisch Duits merk, dat als familieonderneming begon en zijn vaste plaats in de speel- en hobbykamers van honderdduizenden Duitse kinderen en volwassenen veroverde. Ook over dit merk, dat de ooit mateloos populaire modelspoorbanen van merken als Fleischmann, Märklin of Lilliput in een passende omgeving zette, is er nu een boek verschenen, geschreven door Ulrich Biene.

De gebroeders Herrmann en Edwin Faller begonnen in 1946 hun onderneming in Gütenbach in het Schwarzwald. Aanvankelijk vervaardigden ze houten speelgoedhuisjes, maar al snel deed kunststof zijn intrede. Lieflijke dorpstafereeltjes met een paar huizen en boerderijen, een kerk en natuurlijk een stationsgebouw, want we hadden het tenslotte over modeltreinen. Later kwamen er ook fabrieken en kantoorpanden, zodat er ook steden gebouwd konden worden. Het Faller-tankstation (nr. 271) werd een klassieker, eindelijk konden de plastic Wiking-auto's in schaal 1:87 ook tanken. Het Shell-tankstation (nr. B-217) met werkplaats, gemodelleerd naar het voorbeeld uit Freiburg, was ook populair.

Boeken Faller inhoud

Met de AMS-baan (de afkorting staat voor Auto Motor Sport) bood Faller de mogelijkheid om ook auto's op afstand bestuurd door het landschap te laten rijden, enigszins vergelijkbaar met de elders genoemde Carrera-banen. Faller kwam ook met eigen racebanen in de schalen 1:24 en 1:32, met sportieve modellen als Ferrari 3330, Lola T-70 of diverse Porsches. De promotietekening uit 1963 van een Mercedes 'Heckflosse' en een Opel Kapitän, alsof beide auto's tegen elkaar racen, met een wedstrijdtoren op de achtergrond, roept een echte autosportsfeer op. Het merk Faller is ook nu nog actief, hoewel de belangstelling voor modelspoorbanen in de laatste tientallen jaren aanzienlijk is teruggelopen. De fascinatie voor de gedetailleerde weergave van gebouwen en objecten blijft echter, en wordt ook bij het doorbladeren van dit boek zichtbaar.

Andreas A. Berse: 'Carrera – 50 Jahre am Drücker'. Uitgave: Delius Klasing, 176 pagina's, hardcover met stofomslag, ISBN 978-3-7688-3710-1.

Ulrich Biene: 'Faller – Kleine Welt ganz gross'. Uitgave: Delius Klasing, 184 pagina's, hardcover, ISBN 978-3-667-10671-1.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet