Diversen

Div: Boekrecensies AUTOSPORT.NL 2016

Boeken Mass cover

Peter Schroeder: 'Jochen Mass' ****

"Als er iemand een leven heeft, dat het waard is om er een boek over te schrijven, dan is dat mijn vader", zegt Sydne Mass in het voorwoord dat ze schreef voor het boek over, inderdaad, haar vader. Coureur Jochen Mass wordt zelden in het rijtje van de grootste Duitse rijders genoemd, maar hij reed toch 105 Formule 1 Grands Prix, hij heeft Le Mans en Sebring gewonnen, de Dakar-rally en toerwagens gereden, dus hij heeft toch een meer dan behoorlijke staat van dienst.

Daar komt nog bij, dat Mass gewoon een bijzonder boeiend mens is. Een kosmopoliet, die naar eigen zeggen het gelukkigst is op het dek van een houten zeilboot. Hij verliet als scholier het internaat omdat hij de wereldzeeën wilde bevaren, wat hij als matroos op een containerschip drie jaar lang deed, voordat hij naar Duitsland terugkeerde en een opleiding bij een bank begon. Een keer nam een bekende hem mee naar de bergklim van Eberbach, waar Mass het autosportvirus te pakken kreeg. Zijn bankopleiding strandde al snel, Mass ging werken bij Alfa Romeo-dealer Hähn in Mannheim en hoopte zo gestalte te kunnen geven aan zijn autosportambities. Aanvankelijk was hij monteur voor Gerd Schüler, die voor Hähn met een Alfa racete, maar op 28 april 1968 mocht hij het bij de al genoemde bergklim van Eberbach zelf met een Hähn-Alfa proberen. De première was succesvol en hij mocht meer wedstrijden rijden, waarop Jochen Neerpasch, sportdirecteur bij Ford, hem in het najaar van 1969 uitnodigde voor een selectie op Zandvoort. In een veld van 30 rijders, waaronder F1-coureurs als Beltoise, Larrousse, Schenken en Ganley, viel Mass positief op en hij kreeg een contract bij Ford. In de DRM en het EK Toerwagens was Mass succesvol met de Capri's, tussendoor reed Mass races in de Formule Super Vee, Formule 3 (1971) en Formule 2 (1972). In juli 1973 debuteerde Mass tijdens de Britse Grand Prix op Silverstone in de Formule 1 met Surtees.

Vanaf 1975 reed Mass voor het Marlboro Team McLaren in de Formule 1, hij racete nog slechts sporadisch voor Ford. In zijn eerste McLaren-jaar behaalde hij ook zijn eerste Grand Prix-overwinning, die tegelijkertijd zijn enige zou blijven, tijdens de beruchte Grand Prix van Spanje op het circuit van Montjuïc, waar de vangrails aanvankelijk bijna los in het zand stonden en de coureurs met een boycot dreigden. Uiteindelijk werd er toch geracet, maar de wedstrijd werd gestaakt na een crash van Rolf Stommelen, nadat de vleugel van diens auto afgebroken was. Mass leidde op dat moment en werd dus de winnaar. De Duitser reed nog twee seizoenen bij McLaren in de F1, racete tussendoor voor Porsche in lange-afstandswedstrijden en stapte in 1978 over naar ATS, gevolgd door twee F1-seizoenen bij Arrows. In 1981 reed Mass veel lange-afstandsraces voor Joest Racing, maar in 1982 keerde hij met steun van Rothmans terug in de F1 bij March. In Zolder kwam het in de kwalificatie, toen Mass op een uitloopronde was, tot een misverstand met Gilles Villeneuve, wat de Canadees noodlottig werd.

Boeken Mass inhoud

De jaren erna stonden voor Mass in het teken van de Groep C-racerij: eerst met Rothmans-Porsche, met ondermeer Jacky Ickx en later ook Bob Wollek, en vervolgens met Brun Motorsport, samen met Oscar Larrauri. In 1988 stapte Mass over naar het Sauber-Mercedes-team, waarmee hij een jaar later Le Mans won. In 1990 reed hij samen met de Mercedes-junioren Michael Schumacher, Karl Wendlinger en, eenmalig, Heinz-Harald Frentzen. 1991 was Mass' laatste volledige seizoen, samen met Jean-Louis Schlesser bij Sauber. Daarna volgden nog de nodige incidentele races, met name op Goodwood.

Die hele loopbaan is behoorlijk uitvoerig gedocumenteerd in het nu voorliggende boek over Jochen Mass. Redelijk chronologisch, van Alfa Romeo via Ford en monoposto's naar Surtees, McLaren, ATS, Arrows, March, Porsche, daarna Sauber-Mercedes en het Junior Team, af en toe doorspekt met hoofdstukken onder de titel 'Randgeschehen', over races in de Zuidafrikaanse Springbok-serie, Interserie en Formule 2 en de Dakar-deelnames. De uitvoering is echter wat slordig: op enkele pagina's houdt de tekst gewoon ergens op, een foto waarop overduidelijk een Rothmans-Porsche uit de Groep C-tijd te zien is, staat afgebeeld bij het hoofdstuk over 1976 en zo zijn er nog wat vaagheden. Bovendien gaat het boek – afgezien van een hoofdstuk over zeilavonturen en een pagina over ballonvaren – alleen maar over de racerij. Over Mass' privéleven kom je vrijwel niets te weten en ook over Mass als mens ervaar je weinig, behalve dat hij er soms wat onconventionele meningen op na houdt. Wel grappig is dat per jaar in steekwoorden ook wat relevante feiten uit het wereldnieuws worden vermeld, wat aardig is om de sportieve prestaties in perspectief te plaatsen. Het fotowerk is goed, met een redelijke mix van auto's en sfeer, al is de reproductie van sommige oude foto's soms wat matig. Het is goed dat er een boek over Jochen Mass is, maar de kleine tekortkomingen zijn de reden dat het niet de maximale score krijgt.

Peter Schroeder: 'Jochen Mass'. Uitgave VIEW GmbH, 296 pagina's, hardcover, ISBN 978-3-945397-05-3.

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet