Diversen

Div: Boekbesprekingen autosport 2015

IMG 0914

Na een jaar afwezigheid herstelt AUTOSPORT.NL een goede traditie in ere, namelijk de bespreking van een aantal autosportboeken aan het eind van het jaar. Want hoewel we een online-medium zijn, waarderen we ook een goed geschreven en dito geïllustreerd, fraai vormgegeven, goed gedrukt en afgewerkt boek, wat naar onze mening toch iets meer blijvende waarde heeft dan de vluchtige elektronische media. We stellen een aantal titels voor die in het nu bijna afgelopen jaar of in 2014 het licht zagen, en geven onze (inderdaad zeer subjectieve) waardering in de vorm van sterren, uiteenlopend van één (zonde van het papier) tot en met vijf (absolute aanrader). Tevens spreken we hierbij het voornemen uit, de boekenrubriek vanaf 2016 iets regelmatiger te publiceren. Vindt u dit leuk, bent u het volledig oneens met onze visie, is er een boek dat u graag besproken zou willen zien? Laat het weten via een reactie op dit artikel!

Tekst: René de Boer (Twitter: @renedeboer)

Jade Gurss: Beast *****

IMG 5375

Toegegeven, we fronsten even de wenkbrauwen toen dit boek op ons bureau belandde. Een boek van 300 pagina's, over een motor waarmee slechts één race gereden werd? Maar we lazen het toch, en werden bepaald niet teleurgesteld. Integendeel! Ellenlange technische beschrijvingen ontbreken en het verhaal blijkt spannender dan aanvankelijk verwacht.

'Beast' is de aanduiding voor de motor die constructeur Ilmor voor het team van Roger Penske ontwikkelde voor de deelname aan de Indy 500 in 1994. Na de race van het jaar ervoor had de organisatie een aanpassing in het reglement gemaakt om de ontwikkeling van een eigen motor voor de Indy 500 op basis van een standaardblok met stoterstangen voor kleine constructeurs aantrekkelijker te maken. Ilmor-oprichters Mario Ilien en Paul Morgan zagen het potentieel van de stoterstangenmotor, die met heel veel druk mocht rijden en daardoor een groot vermogensvoordeel bleek te hebben. Roger Penske zag er ook wat in en Mercedes-Benz werd als partner aan boord gehaald om het project te ondersteunen.

De ontwikkeling van de motor moest, zowel bij Ilmor en Penske als bij alle toeleveranciers, in het diepste geheim gebeuren om te voorkomen dat de Indy-organisatie USAC door een aanpassing van de reglementen het verwachte voordeel teniet zou doen. Auteur Jade Gurss, die enkele jaren na het succes de sport-PR voor Mercedes-Benz in de VS voor zijn rekening nam, sprak met vele betrokkenen en tekende het verhaal op, van ontwikkelings- en testwerk in het diepste geheim, de mislukkingen in de aanloop en het succes tijdens de race, waarin de Penske-Mercedes domineerde en Al Unser jr. uiteindelijk met de overwinning aan de haal ging. Het is een prachtig verhaal in de autosporthistorie en bleef uiteindelijk eenmalig, want voor het jaar erna reageerde de organisatie door opnieuw de reglementen te wijzigen, waardoor de inzet van de stoterstangenmotor niet langer interessant was.

Twintig jaar na dato worden alle geheimen onthuld, wat leidde tot een zeer lezenswaardig boek. Er is één katern van een pagina of 20 met afbeeldingen, voor de rest is het 300 pagina's interessant leeswerk. Wie ook maar enige belangstelling heeft voor de Indy 500, of Mercedes, of gewoon een goed verhaal wil, kan niet om dit boek heen. Overigens maakte de auteur, zoals hij zelf ook vermeldt, bij het schrijven van het boek gebruik van een Nederlandse bron: de uitgebreide technische beschrijving van het project door onze landgenoot, Indycar-specialist Henri Greuter, zoals te vinden op 8w.forix.com.

Jade Gurss: Beast – the top-secret Ilmor-Penske engine that shocked the racing world at the Indy 500. Octane Press. 304 pagina's, 15 x 23 cm. Engelstalig. Gebonden in hardcover met stofomslag. ISBN: 978-1-9377473-3-6.

Ed Heuvink: Jacky Ickx *****

IMG 5371

Twee meervoudig Le Mans-winnaars zijn geboren op 1 januari: Hans-Joachim Stuck en Jacky Ickx. Laatstgenoemde vierde begin dit jaar zijn 70e verjaardag en tijdig voor het kroonjaar verscheen een boek over de rijke carrière van de Belgische all-rounder van de hand van de Nederlandse auteur Ed Heuvink. Na de eerdere standaardwerken die Heuvink schreef over de Scuderia Filipinetti, Jo Siffert en de Targa Florio is dit opnieuw een uitvoerige productie die de term 'standaardwerk' verdient.

Na een voorwoord van Mario Andretti en een introductie van Rob Wiedenhoff, die als verslaggever vrijwel Ickx' volledige loopbaan meemaakte, volgt een chronologische beschrijving van de lange loopbaan van de Belgische rijder, van de vroege jaren met motorfietsen en in bergklims, toerwagens, sportwagens en formulewagens. In die laatste twee categorieën zou Ickx mooie successen behalen, in Formule 2 en later Formule 1, met Tyrrell, Ferrari, Brabham, Williams en Lotus, maar natuurlijk vooral in Le Mans, vanaf zijn eerste overwinning, de historische zege met de Ford GT40 in 1969, samen met Jackie Oliver. Zijn diverse Porsche-successen komen aan de orde, van de 936 tot de 956, maar ook de Dakar-deelnames met Porsche, Citroën en Lada.

De al genoemde Jackie Oliver is één van de vele oud-coureurs die in het boek aan het woord komen, evenals Derek Bell, Jackie Stewart, Hans Herrmann , Vic Elford, David Hobbs en Brian Redman. Soms zijn citaten gebruikt als 'streamers' tussen de lopende tekst, maar er zijn ook tekstbijdragen van een volledige pagina van andere coureurs over Ickx. De uitvoering van het boek is tweetalig: de linker kolom in het Duits, de rechter in het Engels. Dat vergt enige gewenning bij het lezen, maar na een paar pagina's is dat geen probleem meer. De foto's zijn doorgaans op groot formaat afgedrukt, sommige zelfs over twee pagina's. Het zijn niet alleen foto's van Ickx en zijn vele wedstrijdauto's, maar ook mooie sfeerfoto's, vooral uit Le Mans.

Ter afsluiting van het boek is er een bijdrage over Ickx' leven buiten de circuits, waaronder de charitatieve activiteiten die hij onderneemt in zijn geliefde Afrika. Achterin ontbreekt het statistiekgedeelte niet, van de eerste trials in Enghien en Nivelles in 1961met Zündapp tot aan zijn laatste Dakar in 2000 met een Toyota Landcruiser. Waar van toepassing zijn bijrijders of teamgenoten vermeld, evenals startpositie, resultaat en eventuele reden van uitval. Als er één ding uit dit boek wel duidelijk wordt, is het hoe terecht de ondertitel 'Mister Le Mans, and much more' is. Wie meer wil weten over de fascinerende persoonlijkheid van Jacky Ickx en diens indrukwekkende loopbaan, kan niet om dit boek heen.

Ed Heuvink: Jacky Ickx, viel mehr als Mister Le Mans/Mister Le Mans, and much more. McKlein Verlag, Keulen. 258 pagina's, 24 x 30 cm. Engels- en Duitstalig. Gebonden met hardcover. ISBN: 978-3-927458-74-1.

Harold Schwarz: Tourenwagen-Europameisterschaft 1970-1975 *****

IMG 5366

Als er één boek is waarnaar vele liefhebbers, uw redacteur incluis, dit jaar reikhalzend hebben uitgekeken, dan is het wel dit werk over het EK Toerwagens in de eerste helft van de jaren zeventig. In vergelijking met Formule 1, sportwagens en rally zijn er in verhouding maar heel weinig boeken over toerwagenracerij, en het recent bij uitgever Sportfahrer Verlag verschenen boek van Harold Schwarz is daarom een welkome aanvulling op de collectie.

Het boek heeft de periode 1970 tot en met 1975 als onderwerp. Voor 1970 is als beginjaar gekozen omdat in dat jaar de oude groep 5 met auto's als Alfa Romeo GTA en BMW 2002 turbo alsmede de Porsche 911 niet meer gehomologeerd waren. Groep 2 was de nieuwe categorie voor de toerwagens, met auto's, voorzien van tenminste vier zitplaatsen, waarvan er jaarlijks minstens 1.000 gebouwd moesten worden. De FIA schreef een raceduur van minimaal twee uur voor, maar ook 24-uursraces, zoals die van Spa-Francorchamps, telden voor het kampioenschap mee. Alfa Romeo, BMW en Ford waren de grote spelers in het EK.

Het is niet verwonderlijk dat het eerste hoofdstuk in dit boek gewijd is aan Toine Hezemans, want met 17 klasse-overwinningen is onze landgenoot de succesvolste rijder in het EK Toerwagens in de periode tussen 1970 en 1975. Hezemans is door de auteur uitgebreid geïnterviewd en doet verslag van zijn ervaringen met achtereenvolgens Alfa Romeo, BMW en Ford. Daarbij vertelt hij ook openlijk hoe er gesjoemeld werd, bijvoorbeeld met de tank van 105 in plaats van de reglementair voorgeschreven 100 liter in de Alfa, om zo op Monza een tweede tankstop tijdens een stint te kunnen uitsparen. Onderweg stopte Hezemans even om plastic balletjes in de tank te doen, zodat het tankvolume voor de nacontrole keurig 99 liter bedroeg...

De overige hoofdstukken zijn gewijd aan achtereenvolgens Alfa Romeo, Abt/Abarth, Alpina/BMW, Ford, Mazda, Schnitzer/BMW, Steinmetz/Opel, Chevrolet, AMG/Mercedes, Filipinetti/Fiat, BMW, Zakspeed/Ford en privérijders Alain Peletier en Siegfried Müller. Het wel heel uitgebreide hoofdstuk over Ford omvat ook in de eerste persoon geschreven bijdragen van coureurs Dieter Glemser, Jochen Mass en John Fitzpatrick en technicus Thomas Ammerschläger. Bij het BMW-hoofdstuk is er zo'n bijdrage van Jochen Neerpasch.

Monza, de Salzburgring (niet zelden nog met sneeuw op de heuvels rondom het circuit!), het stratencircuit van Brno, Spa-Francorchamps, de Nürburgring, Jarama en Zandvoort waren in die jaren telkens terugkerende locaties op de kalender van het EK Toerwagens. Zandvoort is dan ook veelvuldig op foto's te zien, wat het boek ook voor de Nederlandse liefhebbers extra interessant maakt. Het merendeel van de afbeeldingen, grotendeels afkomstig van Ferdi Kräling, is in zwart-wit, maar er is ook een flink aantal kleurenfoto's. Waarom er bij veel afbeeldingen is gekozen om ze een paar centimeter op een andere pagina te laten doorlopen, is echter onduidelijk en naar onze mening ook niet nodig, terwijl er ook veel foto's vanuit hetzelfde perspectief in het boek zitten. Iets minder was wat ons betreft in dit geval meer geweest. Het geheel wordt afgerond met een overzicht van de racewinnaars en eindstanden per seizoen, waarbij we hier graag iets uitgebreidere uitslagen hadden gezien. De onvolprezen website van Frank de Jong (www.touringcarracing.net) is als naslag gebruikt, daar waren nadere gegevens ook zonder meer te vinden geweest. Ondanks deze punten van kritiek verder niets dan lof voor dit Duitstalige boek, een welkome aanvulling in de collectie!

Harold Schwarz: Tourenwagen-Europameisterschaft 1970-1975, Sportfahrer Verlag, Düren. 352 pagina's, 24 x 29 cm. Duitstalig. Gebonden met hardcover en stofomslag. ISBN 978-3-945390-03-0.

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet