Diversen

Div: Boekrecensies René de Boer autosport 2013

IMG 3638


Porsche und ich – Die Erinnerungen von Hans Mezger (****)

Topcoureurs zijn een cruciale factor voor autosportsucces, maar begaafde technici zijn dat evenzeer. In die laatste categorie valt zonder enige twijfel de Duitser Hans Mezger, die 37 jaar van zijn werkzame leven doorbracht als motorenspecialist bij Porsche en zo een belangrijke bijdrage leverde aan legendarische raceauto's als de 917, de 935 en 936,. In de tachtiger jaren tekende Mezger bovendien voor de door Porsche ontwikkelde TAG-turbomotor, waarmee McLaren in de Formule 1 domineerde. Mezger heeft een boeiend verhaal te vertellen, en de Britse journalist Peter Morgan tekende dat op. Onlangs verscheen de Duitse vertaling.

Eigenlijk hadden we dit boek vorig jaar al in onze bespreking willen opnemen, maar de Britse uitgever vond het blijkbaar niet nodig om op ons herhaald verzoek om een recensie-exemplaar in te gaan. De Duitse uitgever Heel, die de rechten voor de Duitse vertaling van het origineel binnenhaalde, deed dat wel en zo kunnen we dit boek alsnog in dit bestek presenteren. En gelukkig maar, want het is een aanwinst in de toch al zo goed gevulde kast met Porsche-literatuur! Mezger, die op 18 november zijn 84e verjaardag vierde, behoorde en behoort bepaald niet tot de mensen in de autosport die graag de publiciteit zoeken. Het kostte Peter Morgan dan ook zo'n drie jaar om het boek met Mezgers verhaal samen te stellen en te completeren.

Het boek begint met Mezgers herinnering uit de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Hij groeide op in Ottmarsheim, een klein dorp in de buurt van Ludwigsburg, tussen Heilbronn en Stuttgart, waar zijn ouders een klein hotel hadden. Hoewel net zoals de rest van zijn familie ook artistiek begaafd, was hij toch vooral gefascineerd door techniek. Uiteindelijk ging hij in Stuttgart werktuigbouwkunde studeren en daar raakte hij al snel gefascineerd door de Porsches, die daar geregeld rondreden. Dat leidde in 1956 tot een sollicitatie bij de fabriek, waar hij werd aangenomen op de afdeling calculatie. Al snel ontstonden bij de destijds nog kleine firma contacten met de sportafdeling en in 1959 werd Mezger betrokken bij de ontwikkeling van de Porsche Formule 1-auto (804) plus de bijbehorende 1,5-litermotor.

Later werkte Mezger aan motoren voor de sportwagens 906 en 908 en vooral aan de 917. Daarna volgden de eerste stappen in de richting van de turbomotoren via de CanAm-serie en vervolgens de 911 in zijn diverse turbo-uitvoeringen, niet in de laatste plaats ook in de Deutsche Rennsport-Meisterschaft en in het WK voor merken, met als meest prominente variant 'Moby Dick', de 935 die in 1978 in Le Mans reed. Ook deze facetten van Mezgers carrière worden in het boek uitgebreid gedocumenteerd, inclusief tal van technische tekeningen, diagrammen en afbeeldingen van originele brieven en documenten. De volgende hoofdstukken zijn gewijd aan Porsche-projectnunmer 2623, de TAG-turbomotor voor het McLaren-Formule 1-team. Ook de Indy-motor en de motor voor de Footwork-Porsche worden beschreven, maar de titel van dat hoofdstuk, "Een stap te ver", spreekt boekdelen. Hiermee bleven immers de resultaten grotendeels uit. Het boek wordt afgerond met de nodige appendices, waaronder een overzicht van de belangrijke prijzen en onderscheidingen die Mezger ontving, een chronologisch overzicht van de ontwikkeling van de TAG-F1-motor, een overzicht van alle door Mezger ontwikkelde motoren en een 19 pagina's lange integrale herdruk van een zeer technisch artikel dat Mezger schreef over de ontwikkeling van de 917 voor een publicatie van 'The Institution of Mechanical Engineers'.

Naast een goed inzicht in de technische aspecten van vele aansprekende sportsuccessen van Porsche en Mezgers rol daarin, geeft het boek vooral ook een weergave van hoe nauw de banden bij Porsche destijds nog waren, zeker waar het de sportafdeling betrof. Een interessant gegeven is wel dat vele bekende persoonlijkheden uit de Porsche-sporthistorie (Falk, Bott, Schäffer, Flegel) regelmatig op foto's zijn afgebeeld en ook in de tekst aan bod komen, maar dat Ferdinand Piëch nauwelijks aan de orde komt (behalve in een anekdote, waarin wordt verteld dat Piëch en coureur Gerhard Mitter om een kist champagne in Le Mans hadden gewed, wie zich het vaakst kon opdrukken. Mitter begon en haalde er 25, Piëch verloor de weddenschap). Als geheel is het boek een bijzonder lezenswaardig werk geworden, dat veel interessante inzichten verschaft. Veel fotomateriaal is nog onbekend, de uitvoering is prima verzorgd te noemen. Voor Porsche-liefhebbers zeer beslist aanbevolen!

Porsche und ich – Die Erinnerungen von Hans Mezger, 216 pagina's, hardcover met stofomslag, Duitse tekst, auteurs: Hans Mezger en Peter Morgan, uitgave: Heel Verlag, ISBN: 978-3-86852-305-8.

IMG 3641

Grand Prix Zandvoort – The history of the Dutch Formula One Grand Prix 1948-1985 (***** - AUTOSPORT.NL-autosportboek van het jaar 2013)

Sinds de eerste aankondiging van dit werk keken velen al reikhalzend uit naar het boek over de 'Grote Prijs van Nederland', vervaardigd door Mark Koense en Tuvalu Media, het bedrijf van Roel Kooi. Bij de verschijning van het werk (boek en film op DVD!) werd het wachten meer dan beloond, want het resultaat is adembenemend! Voor ons, met afstand, hét beste autosportboek dat dit jaar op de markt kwam, en als we in deze rubriek zes sterren als beste score zouden toekennen, dan hadden we die ook zonder aarzelen gegeven.

De markt voor Nederlandse autosportboeken is niet zo heel erg groot, en waar er bijvoorbeeld in Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland (dat op dit gebied de laatste jaren een flinke inhaalslag maakte) over ieder circuit en vrijwel iedereen die in de sport iets presteerde wel een boek bestaat, is dat in ons land een stuk minder. Goed, over de vroegste Nederlandse autosportgeschiedenis is 'Het Autocircus van Weleer' van Jan Apetz een standaardwerk, de beide boeken over het 'Racing Team Holland' zijn de moeite waard, en 'Dwars door de Tarzanbocht' van Hans van der Klis portretteert de Nederlandse Formule 1-rijders. Maar een publicatie als '100 Jaar Autosport – 50 Jaar Circuit Park Zandvoort' had wat ons betreft bijvoorbeeld véél uitvoeriger en met veel meer diepgang gekund.

In ieder geval voor wat betreft de Formule 1-historie van Zandvoort vult het nieuwe boek deze leemte uitstekend op. Er wordt begonnen met het verhaal van de stratenrace in 1939, een initiatief van de voortvarende burgemeester Henri van Alphen (wiens familie medewerking aan het boek verleende door het beschikbaar stellen van archiefmateriaal). Ook Van Alphens plannen voor de aanleg van het permanente circuit worden beschreven, inclusief een integraal op drie pagina's afgedrukte brief van de Britse coureur/journalist Sammy Davis met aanbevelingen ("I regard it as important that sand should be prevented from blowing over the course or on the cars..."), en uiteraard volop foto's van de eerste race in 1948. Vervolgens bevat het boek hoofdstukken onder de titels 'The fifties – sand sea & champagne', 'Ferrari Files – Maranello al mare', The sixties – The dawn of the space age', 'Streetlife – When the circus came to town', 'The seventies – Sponsors, spoilers & safety', Testing times – Dress rehearsals in the dunes', 'The eighties – A brave new world' en 'Private eyes – a personal point of view'. Een uitgebreid statistiekgedeelte vult de laatste 30 van de in totaal 400 pagina's, inclusief alle chassisnummers van de auto's die ooit in de Grote Prijs van Nederland startten en zelfs degenen die alleen maar inschreven of trainden, alsmede de gebruikte bandenmerken.

Er is gekozen voor een opzet waarin het verhaal van de diverse races, en daarmee dus de volledige Grand Prix-historie, na een korte inleiding per hoofdstuk wordt verteld aan de hand van foto's, dus verwacht geen ellenlange wedstrijdverslagen. Er is veel geput uit privécollecties en -archieven, dus een groot deel van het gebruikte fotomateriaal is onbekend, en de reproductie is uitstekend te noemen. De bijbehorende DVD toont heel wat juweeltjes uit het Nederlands Instituut Beeld en Geluid, plus recent opgenomen interviews met Sir Stirling Moss, Jacky Ickx, Gijs van Lennep en René Arnoux over hun ervaringen op Zandvoort, alsmede Martijn Lindenberg als regisseur, het geheel op bijzonder kundige en onderhoudende wijze aan elkaar gepraat door Jan Lammers. Daarbij wordt op zeer integere wijze ook zeker niet voorbijgegaan aan de donkere bladzijden in de Zandvoortse Grand Prix-geschiedenis in de vorm van de dodelijke ongelukken van Piers Courage en Roger Williamson. Net zoals al snel duidelijk wordt waarom de Grand Prix niet op Zandvoort kon blijven.

Hoewel er zowel voor DVD als boek inhoudelijk dus weinig te wensen overblijft, hebben we wel een paar kanttekeningen. Zo zou, zoals we dat ook van RTL GP Magazine vinden, een goede eindredactie de nodige tikfouten hebben kunnen corrigeren. Om hier geen oeverloze opsomming te publiceren, geven we slechts enkele voorbeelden: 'ontwerpen' als er 'ontwerper' bedoeld is, een punt middenin een zin, gevolgd door een komma, 'Van Zalingen' in plaats van 'Van Zalinge' en het weliswaar consequent doorgevoerde, maar in het Nederlands foutieve gebruik van apostrof-s ook na een medeklinker als er een bezitsvorm wordt aangeduid (in plaats van 'Ayrton's auto' moet het 'Ayrtons auto' zijn). In de Engelse tekst vonden we ook nog een paar keer 'who's' waar 'whose' bedoeld is. En ook de zogeheten Engelse ziekte (het los schrijven van woorden die aan elkaar of met koppelteken horen: 'het Alfa Romeo team' in plaats van 'het Alfa Romeo-team', 'Marlboro kleuren', waar het 'Marlboro-kleuren' had moeten zijn) grijpt hier ernstig om zich heen, zoals eigenlijk de hele Nederlandse tekst doet vermoeden dat het tekstueel lekker leesbare origineel in het Engels geschreven is en daarna – soms wat al te letterlijk – naar het Nederlands vertaald is. Bovendien: de bevestiging van de DVD op de binnenkant van het boekcover werkt niet, het schijfje ligt constant los in het boek. Maar dat doet verder niets af aan het feit dat dit boek en de bijbehorende DVD een prachtig stuk Nederlandse autosportdocumentatie vormen, die in de collectie van geen enkele liefhebber zou mogen ontbreken!

Grand Prix Zandvoort – The history of the Dutch Formula One Grand Prix 1948-1985, 400 pagina's, hardcover, Engelse en Nederlandse tekst, auteurs/samenstellers: Mark Koense en Tuvalu Media, uitgave: Mark Koense en Tuvalu Media, ISBN: 989-90-820720-0-6.

IMG 3644

911 (***)

In het jaar waarin de legendarische Porsche 911 het halve-eeuwfeest vierde, verscheen er een flink aantal boeken over het sportwagenicoon. Naast de gebruikelijke werken over de historie van het model en fotoboeken viel ons deze publicatie van de chique Duitse uitgeverij Klett-Cotta op, niet in de laatste plaats vanwege de schitterende typografie van de cover.

Auteur van het werk, dat de simpele titel '911' draagt, is Ulf Poschardt, ook niet de minste: doctor in de filosofie, plaatsvervangend hoofdredacteur van het prestigieuze dagblad 'Welt' en de bijbehorende 'Welt am Sonntag', bovendien Porsche-rijder. Dat belooft wat... We verwachtten eigenlijk een filosofisch werk, waarin de Porsche wordt bezongen, zoals het onovertroffen essay over de Citroën van de Franse filosoof Roland Barthes in diens bundel 'Mythologies' uit 1957, een van de absolute klassiekers op het gebied van de automobielliteratuur. Poschardt begint met een bericht over een bezoek bij zijn psychotherapeut, waarin hij zijn liefde voor zijn auto opbiecht, maar verzandt dan in een al te uitvoerige beschrijving van de geschiedenis van de 911, met aparte hoofdstukken voor de diverse modelgeneraties, voorafgegaan door een zeer wijdlopige verhandeling over leven en werk van Ferdinand en Ferry Porsche.

Soms gaat de auteur in op stylingdetails (Selten minimalistisch: Der Heckspoiler, zoals een hoofdstuktitel luidt, soms schrijft hij over prominente 911-rijders (de Poolse filmregisseur Jerzy Skolimkowski, RAF-terrorist Andreas Baader, dirigent Herbert von Karajan), maar het is allemaal erg van de hak op de tak, erg gekunsteld, en dat maakt het lezen erg vermoeiend. Voor de geschiedenis van de 911 hebben we vele andere (betere) boeken, en ook voor het overige biedt dit boek ondanks alle pretenties weinig verrassends. Het feit dat het boek eindigt met een reeks vragen ("Was ist das für ein Auto, das vernünftige Menschen auch nach Jahren und Jahrzehnten abends kaum einschlafen lässt...?") is misschien wel veelzeggend. Grappig, maar meer ook niet.

911, 298 pagina's, hardcover, Duitse tekst, auteur: Ulf Poschardt, uitgave: Klett-Cotta, ISBN: 978-3-608-94742-7.

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet