Columns

Column: Commentaar: Het Nürburgring-debacle

120718_nurburgring_ringwerk_abend
Grote gebouwen werden binnen enkele jaren uit de grond gestampt

Naast Zandvoort en Zolder (dat het dichtst bij mijn huis ligt), beschouw ik de Nürburgring als mijn thuiscircuit. Ik kwam er in 1994 voor het eerst, in de dichte mist voor de Eifelrennen tijdens de DTM in mei, en sindsdien talloze keren: Großer Preis der Tourenwagen (toen DTM-races nog een naam mochten hebben, tegenwoordig dus alleen maar DTM Nürburgring), Bilstein-Supersprint, AvD-Oldtimer-Grand-Prix, de Formule 1-Grand Prix, BERU-Top-10-wedstrijden, historische Eifelrennen, 1000-km-races, Truck-Grand-Prix, 24-uursrace, VLN-wedstrijden, persevenementen, testsessies… Naast Zandvoort is de Nürburgring zeker het circuit waar ik in mijn journalistieke loopbaan het vaakst ben geweest. En ik heb in de afgelopen jaren helaas ook met lede ogen moeten aanzien hoe het er de verkeerde kant uitging. Dat nu het faillissement aanstaande is, komt niet echt als een verrassing, maar is wel een trieste ontwikkeling.


Tekst: René de Boer
Foto's: Rebocar Automotive Productions


Het moet op een doordeweekse dag in mei 2007 geweest zijn dat de toenmalige Nürburgring-directeur Dr. Walter Kafitz me vroeg om even mee te komen. “Herr De Boer, kommen Sie mal, ich muss Ihnen etwas zeigen.” Ik was op de Ring in verband met een test voor Opel en had wel even tijd om een kop koffie te drinken met Kafitz, met wie ik het altijd goed kon (en kan) vinden. Kafitz toonde me een maquette met grote gebouwen. ‘Nürburgring 2009’ stond erop. Het circuit herkende ik, het Dorint-Hotel ook, maar de rest was me volledig vreemd. “Daar komt een nieuw hotel met casino, daar komt de Ring-Boulevard met luxe boutiques, daar komt het Ring-Werk met het museum, de kartbaan en de snelste achtbaan ter wereld”, wees Kafitz met glimmende ogen. “En hier, aan de overkant van de weg: een dorp met een hotel, bars, cafés, restaurants…”

Bestemming voor het hele jaar

Het zag er allemaal indrukwekkend uit, maar ik was niet meteen overtuigd. “Luxe boutiques, wie moeten daar dan naartoe komen?” Kafitz zat niet om een antwoord verlegen. ‘Ganzjahresdestination’ was het woord dat hij meerdere malen gebruikte. Mensen moesten het hele jaar door naar de Nürburgring. En als er niet gereden kon worden, dan kon er worden geshopt. Ja, ja. In de Eifel. Waar het van oktober tot maart steenkoud is, waar het vaak regent, waar de dichtstbijzijnde stad (Keulen) op een uur rijden ligt. Luxe boutiques… ‘Erlebnisregion’, was ook zo’n woord dat meerdere malen viel. Maar behalve de Ring is er in de regio niet veel te beleven. En negen van de tien mensen die komen om op de Nordschleife te rijden, Engelsen, Belgen, Nederlanders, Polen, Tsjechen en Russen, die komen uitsluitend voor het circuit. Ze slapen in de buurt en eten wat, maar daar heb je het dan ook wel mee gehad. Die zitten niet te wachten op een pretpark.

120718_nurburgring_infobord
Een casino, een boulevard, hotels... er werd heel wat uit de grond gestampt...

Maar volgens Kafitz zag ik dat allemaal veel te negatief, veel te kleinschalig. “We hebben een potentieel van 2,5 miljoen bezoekers per jaar”, zei Kafitz. Leek me ook optimistisch, maar goed, daar zei ik maar niks over. Ondertussen kende ik ook enkele andere verhalen. Van de BikeWorld, het motorfietscentrum op het industrieterrein bij de Ring, dat bijvoorbeeld Zweirad-Schmitz in het nabijgelegen Adenau na tientallen jaren zijn BMW-dealerschap gekost had. Maar dat, zwaar verliesgevend, al na korte tijd weer werd opgedoekt. Een project dat was geïnitieerd vanuit de Nürburgring GmbH. Ik wist van de problemen bij het Fahrsicherheitszentrum, bij de Rennfahrerschule… Als je er vaak bent, en ook weet waar je af en toe eens een kop koffie of een biertje moet drinken, hoor je veel.

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet