Supercar Challenge

Supercar Challenge: Overwinning Ardi van der Hoek en Nol Köhler op Zolder

120422_sgt_kohler1

Nol Köhler en Ardi van der Hoek, dit jaar een nieuw duo op de RaceArt Corvette C5.R GT1, hebben in het eerste raceweekend van de Supercar Challenge meteen een overwinning gescoord. In een spannende wedstrijd, met een enkele regenbui waarbij de regen nooit echt doorzette, bleven zij de ETEC-Viper van Robert de Graaff en Philippe Ribbens voor. Danny van Dongen en Simon Wagner werden in de Praga R4s knap derde. In de GT-divisie scoorde Jan van der Kooi zijn eerste overwinning van het seizoen. Van der Kooi was gestart vanuit het achterveld maar slaagde er in om al zijn concurrenten te snel af te zijn. Op de tweede positie eindigde Werner van Herck met de Mazda 3 Rotor, en Kees Kreijne eindigde met zijn Aston Martin Vantage op de derde positie.

Tekst en foto's: Supercar Challenge

120422_sgt_start1

Na de hoofdrace van het FIA GT1 World Championship, die onder natte omstandigheden verreden werd, was het tijd voor de Super GT- en GT-divisie van de Supercar Challenge om het publiek te vermaken. Ook ditmaal begon de race van de Supercar Challenge, evenals de andere races van de klasse dit weekend, onder droge omstandigheden.

ec822b8b843932e4c4d4361dbc81d45e1

Peter Versluis mocht na de overwinning van Yelmer Buurman tijdens de zaterdagrace van pole position vertrekken en kon die positie bij de start behouden. Achter Versluis was het meteen dringen. Alex van ’t Hoff behield zijn tweede plaats maar achter Van ’t Hoff maakte Nol Köhler met zijn Corvette C5.R GT1 meteen twee posities goed.

Peter Versluis en Alex van ’t Hoff konden daarna een gaatje slaan naar Nol Köhler, die meteen zwaar onder druk kwam te staan van Rick Abresch. Abresch was snel onderweg en slaagde erin om in de derde ronde de Corvette C5.R GT1 van Köhler voorbij te steken. Achter Abresch en Köhler kreeg Jan Versluis het aan de stok met Robert de Graaff. De Viper-coureur had een goede start van de race en was in de eerste ronden opgeklommen van de tiende naar de zesde positie.

Alex van ’t Hoff bleef de daaropvolgende ronden aandringen bij de Ferrari 458 van Peter Versluis. Van ’t Hoff probeerde uiteindelijk om de Ferrari van Versluis in de eerste chicane voor de heuvel voorbij te gaan maar bij deze inhaalactie raakten beide bolides elkaar waarna Versluis in de rondte ging. De Ferrari-coureur probeerde daarna zijn weg te vervolgen, maar in zijn poging om de Ferrari weer in het goede spoor te zetten kwam de auto vast te staan in de grindbak. Versluis kon uiteindelijk met hulp van de marshalls wel uit het grind geholpen worden, maar zijn achterstand ten opzichte van de kop van het veld was daarna te groot om in de race nog een rol van betekenis te spelen.

Van ’t Hoff bleef bij dit incident niet ongestraft. De Corvette-coureur kreeg voor deze actie een drive-through penalty van de wedstrijdleiding waarna hij terugviel tot de achtste positie. Hierdoor kreeg Nol Köhler de eerste positie in de race weer in handen. Achter Köhler reed De Graaff op de tweede positie, Rick Abresch op positie drie en de Ferrari van Thiers op de vierde plaats.

Hierna ontstond een spannende strijd om de koppositie. Eerst slaagde Robert de Graaff er in om de eerste plaats over te nemen van Nol Köhler maar niet veel later kwam Rick Abresch verder naar voren en nam hij de eerste positie weer over van De Graaff. Achter de op de vierde plaats liggende Thiers was het ook spannend, want daar waren Jan Versluis in de Ferrari 430 GT2, Danny van Dongen in de Praga R4s en Alex van ’t Hoff in de Corvette C6.R GT1 in fel gevecht met elkaar. Uiteindelijk moest Jan Versluis zijn meerdere erkennen in Danny van Dongen en Alex van ’t Hoff.

120422_sgt_praga1

De pitstops werden voor de teams daarna lastig. Tijdens het pitstopwindow begon het namelijk te regenen waardoor sommige teams besloten om regenbanden onder hun auto te monteren. Onder andere de gebroeders Thiers, Alex van ‘t Hoff en de gebroeders Versluis kozen hiervoor. Berry van Elk besloot op zijn beurt om intermediates onder zijn Mosler te monteren. Van Elk was met de Mosler van start gegaan omdat tijdens de zaterdagrace zijn Praga door motorproblemen was uitgevallen. De andere coureurs kozen er tijdens de pitstops voor om op slicks te blijven rijden.

Eén van de eerste slachtoffers van de regen werd Diederik Sijthoff. Sijthoff, ingestapt in de Corvette C6.R GT1 van Rick Abresch, schoot door de natte baan in het grind en zag zijn eerste positie als sneeuw voor de zon verdwijnen.

120422_sgt_ribbens1

Hierdoor kreeg Philippe Ribbens de eerste plaats in handen, maar de Viper-coureur kreeg de hete adem in zijn nek van Ardi van der Hoek met de Corvette C5.R GT1. Vanuit de middenmoot reed ook Berry van Elk snel naar voren. De intermediates leken een goede keuze, want Van Elk was vlak na de pitstops de snelste coureur op de baan en kon hierdoor oprukken tot zelfs de vierde positie. Dit werd niet lang daarna een derde plaats omdat Alex van ’t Hoff door de opdrogende baan ervoor koos om weer van banden te wisselen.

Ardi van der Hoek was na de pitstops snel onderweg en slaagde erin om de Viper van Ribbens in de eerste chicane voor de bult uit te remmen. Ardi van der Hoek reed hierna een solide slotfase van de race en stond die eerste positie niet meer af. Ook Philippe Ribbens reed solide naar het einde, en eiste de tweede plaats voor zich op. Berry van Elk slaagde er uiteindelijk niet in om de derde positie vast te houden, want hij moest in de op slicks staande Praga R4s met Simon Wagner uiteindelijk zijn meerdere erkennen.

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet