Columns

Column Rob Kamphues: 'Ik ben de Gandhi van Zandvoort'

header_kampheus

Ik ben de Gandhi van Zandvoort. Waarom? Tijdens de Trophy of the Dunes, de voorlaatste wedstrijd in de Dutch GT4 2010, heb ik me opgeofferd voor mijn teamgenoot, zodat Peter Stox extra hard kon racen en uitzicht houdt op het kampioenschap bij de Legends.! En ik? Op afgetrapt rubber, waar ze zelfs achter het Centraal Station hun neus voor op halen, sleepte ik een vijfde plek in de wacht in mijn sprintrace en miste ik , samen met Peter, op een haar na de overwinning in de hoofdrace. Om met Mark Webber te spreken: ‘Not bad for a second driver!’

Je ziet het ook in andere takken van de samenleving: mannetjes die één ding goed kunnen en dan denken dat ze alles kunnen. Maestro Cruijff die Ajax de weg wijst, Grapjurk Paul de Leeuw die denkt dat hij tv-programma’s kan produceren, Chipsverkoper Marco Borsato die gaat zingen…. Zelden loopt het goed met ze af.
Zo hebben wij Peter Stox; bloemenverkoper van nature – en een goeie ook hoor; zelfs de broccoli snijdt hij schuin af – die denkt dat hij verstand heeft van het runnen van een raceteam. En zelf ook nog meerijdt. En de teamorders bepaalt.
De kans dat dat eerlijk uitpakt is net zo groot als dat Geert Wilders en Ab Klink samen op huwelijksreis gaan.

Even voor de lekenbroeders onder ons: een weekeindje GT4 bestaat uit drie races; elke coureur rijdt een sprintrace en in koppels is er op zondag een (langere) hoofdrace. Om het goedkoop te houden krijgen we voor het hele weekeinde tien banden. Tien. Iedere amateur weet dat een auto vier wielen heeft, dus hou je er altijd twee over. Daar wordt mee gegoocheld. Halverwege een race achter twee nieuwe, of aan het begin van de race voor twee nieuwe, of links voor- en achter twee nieuwe. Hans Kazan is er niks bij.

480_bandenpraat_0381

Voor het voorlaatste raceweekeinde van het seizoen kwam teamgenoot Stox, maar vooral ook teambaas in dit geval, op een lumineus idee.

‘Roab, als jie noe joew sprantries op mien oewe banden riedt, dan dreejen we die binnestebuuten, ondersteboeven en zetten ze er achterstevuuren weer op. Is dat okie?’

Ter verduidelijking; mijn teambaas is Limburgs. Als het hem goed uitkomt spreekt hij ineens geen ABN meer. De rest van de week trouwens ook niet.

Omdat hij op een tijdstip belt dat ik met andere dingen bezig ben (midden in de nacht, er zijn coureurs die er wel een priveleven op nahouden) en mijn partner een onverhoedse beweging maakt zeg ik ‘jaaaaaaaa’ voor ik het verhaal heb kunnen vertalen. Resultaat: de volgende morgen zitten mijn hagelnieuwe banden onder de auto van Peter en krijg ik wielen waar ze in Soweto weigeren iemand mee in de fik te steken.

Gezegd moet worden dat de heer Stox zich kranig verweerde op mijn banden. Hij werd keurig tweede in zijn sprintrace en liep vitale punten in op de koploper in het kampioenschap, Peter van der Kolk.
Ik sleepte op de houten wielen met pijn en moeite een vijfde plek bij de Legends in de wacht. Er kwamen er ook niet meer over de finish trouwens. En toch reed ik de wedstrijd van mijn leven, met rondetijden die bijna net zo goed waren als Peter op nieuw rubber. Maar niemand die het zag.
Want meneer Stox zat gniffelend in een hoekje zijn nikkelen beker op te poetsen en probeerde met een telraam de stand bij te werken.

‘Roab; hoeviel is vierenniegentig plas tien?’


logos_kamphues

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet