NASCAR

Nascar: Kurt Busch bezorgt Jack Roush tweede titel

Na een chaotische race met vele gele vlag situaties, mocht Kurt Busch de Nextel kampioensschaal in ontvangst nemen. Zijn vijfde plaats in de Ford 400 in Miami, was goed genoeg om de titel veilig te stellen. De 26-jarige Ford rijder bleef in de eindstand Jimmie Johnson slechts acht punten voor, de kleinste marge in de 55 jarige geschiedenis van Nascar. 

Tekst en foto: Ed Heuvink 

Het zou een spannende finale worden in Miami: liefst vijf rijders hadden een serieuze kans om de titel te pakken in deze race over 267 ronden. Uiteindelijk was het Busch' teamgenoot Greg Biffle die de race won en mede titelkandidaten Johnson en Gordon voor bleef. Tony Stewart werd vierde en Busch dus vijfde. Gedurende de gehele race was het stuivertje wisselen in de rangschikking, dan weer Busch, dan weer Johnson en soms ook Gordon lagen - theoretisch - op kop in de rangschikking. Ondertussen reed Biffle gewoon zijn rondjes en na 117 van de 267 op kop te hebben gelegen, pakte hij zijn tweede seizoenzege. 

 

Het was voor race-sponosr Ford een prima dag: eerste in de race en eerste in het kampioenschap. Na Matt Kenseth, de tweede titel op rij voor teambaas Jack Roush. Achter Kurt Busch eindigde Jimie Johnson als tweede in het kampioenschap, Jeff Gordon derde, Mark Martin - ook uit de stal van Roush - vierde en Dale Earnhardt jr. vijfde. Het idee van Nascar om de laatste tien wedstrijden als een soort shoot-out te presenteren bleek achteraf een succes: tot de laatste ronde van het lange seizoen bleef het kampioenschap spannend.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet