Algemeen

Dragracing: Jerry Toliver bezorgt Toyota eerste NHRA-winst



Met een door regen veroorzaakte week vertraging is het afgelopen weekend dan toch de NHRA POWERade Drag Racing Series 2004 van start gegaan. De Winternationals op Pomona leverde meteen een daverende verrassing op. Na een afwezigheid van twee jaar vierde Jerry Toliver zijn rentree met een overwinning. De winst van de Schick Quattro-rijder betekende tevens de allereerste overwinning in de lange geschiedenis van de NHRA van een Toyota in de Funny Car-klasse. Bij de Top Fuelers pakte Tony Schumacher na een serie supertijden de winst terwijl Greg Anderson bij de Pro Stockers zijn favorietenrol volledig waarmaakte en soeverein naar de zege reed.

Tekst en foto's: Remco Scheelings

Slechts enkele weken voor aanvang van het seizoen kon Jerry Toliver bekend maken dat zijn Funny Car-carrière na een afwezigheid van twee jaar een vervolg zou krijgen. Daarbij koos de voormalig titelkandidaat niet voor de makkelijkste weg. Met behulp van scheermessenfabrikant Schick Quattro werd het al een jaar op een zijspoor staande Toyota Celica-project van Alan Johnson overgenomen.

Tijdens de kwalificaties moest Toliver nog genoegen nemen met een vijftiende plaats. De snelste tijd was daarin weggelegd voor John Force die in de laatste kwalificatierun teamgenoot Eric Medlen van de pole position wist te verdringen. De eliminaties verliepen voor Toliver echter aanzienlijk beter. Na eerst Medlen en Cory Lee uitgeschakeld te hebben, was zijn Celica in de halve finale tegen Del Worsham goed voor een winnende tijd van 4,738 seconden. Zijn eindsnelheid van 328 mijl per uur betekende zelfs de op twee na hoogste snelheid in de Funny Car-historie. In de finale profiteerde Toliver vervolgens optimaal van de gripproblemen van Gary Densham en pakte in een tijd van 4,82 seconden de eerste Funny Car-overwinning voor Toyota.



4,4 de maatstaf
Om bij de Top Fuelers mee te tellen was in Pomona een 4,4 seconden-run noodzakelijk. Met een tijd van 4,484 seconden pakte Doug Kalitta de pole position op de voet gevolgd door Tony Schumacher met 4,495 seconden. Schumacher deed er in de eliminaties echter nog een schepje bovenop. Met runs van 4,451, 4,486 en 4,474 seconden wist de U.S.Army-rijder probleemloos tot de finale door te dringen. Naast Schumacher hadden ook de andere drie halve finalisten een 4,4 seconden-run nodig om tot de halve eindstrijd door te dringen; Doug Kalitta een 4,482, David Grubnic 4,492 en Brandon Bernstein 4,487 seconden. Schumacher moest uiteindelijk in de finale aantreden tegen Kalitta. De MacTools-rijder kreeg echter op de startlijn technische problemen waardoor Schumacher zonder tegenstand naar de overwinning kon rijden.



Weer Anderson
In de aanloop naar het seizoen had het Ken Black-team van Greg Anderson en Jason Line al meer dan 80 testruns achter de rug. De inspanningen betaalden zich tijdens de eerste race van het seizoen al terug. Anderson reed zoals bijna gebruikelijk naar de snelste tijd terwijl Line achter Kurt Johnson de derde positie voor zich opeiste. Ook tijdens de eliminaties was er geen kruid gewassen tegen regerend kampioen Anderson. Zonder problemen reed Anderson naar de finale waarin vervolgens ook Warren Johnson het hoofd moest buigen. Daarbij stelde Anderson met 6,706 en 206 mijl per uur ook de baanrecords scherper.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet