Algemeen

Dragracing: Minimale verschillen bij Dutch Finals



Tijdens de Dutch Finals zijn de beslissingen gevallen in de strijd om de Nederlandse dragrace-titels. In een spannend gevecht werd in een aantal klassen de kampioen pas in de allerlaatste run bekend. Regen hinderde het wedstrijdverloop wel, maar beinvloedde de uitkomst van de titelstrijd gelukkig nauwelijks.

Tekst en foto's: Remco Scheelings

Regenbuien waren er de oorzaak van dat op zondag de strijd bij de halve finales moest worden gestaakt. De baancrew had echter gedurende de dag al een perfecte prestatie geleverd door de strip na eerdere buien steeds weer snel droog te krijgen. Daardoor kon het publiek toch genieten van vele fraaie runs. Toen de klok van zes uur naderde en het opnieuw begon te regenen moesten de organisatoren zich echter gewonnen geven.



Afvalrace
Bij de instapklasse Streetmachines waren er voor aanvang van de Dutch Finals nog maar liefst zeven titelkandidaten. Met de in de kwalificatie verdiende punten werden de verschillen nog kleiner. De nummers drie (Angelo de Wilde), vijf (Mike Hagelaars), zes (Sandor Kruiswijk) en zeven (André Dam) van het tussenklassement scoorden goed terwijl de leider Hans van der Spek met een vijftiende kwalificatie positie veel punten liet liggen. In de eerste ronde direct de nodige verrassingen. De Wilde schakelde zichzelf uit met een rood licht en kon daarmee de titel vergeten terwijl ook Marten Hoekstra en Davy Baggermans voortijdig naar huis konden. In de tweede ronde was het de beurt aan regerend kampioen Dam en Van der Spek (rood) om het strijdtoneel te verlaten. Daarmee waren er na de kwartfinale nog twee titelkandidaten over, Hagelaars en Kruiswijk. Iedere run kon de beslissing brengen. In de eerste halve finale schakelde Hagelaars Ronald Blaazer uit en stond daarmee in de eindstrijd. Als Kruiswijk zijn halve finale winnend zou afsluiten, zou de winnaar van de finale tevens de nieuwe kampioen zijn. Zover kwam het niet, Kruiswijk trok een rood licht en was daarmee uitgeschakeld. Hierdoor kreeg Hagelaars zijn eerste titel definitief in bezit.



Minimale verschillen
Minstens zo spannend was de strijd in de klasse Competition Eliminator. De leider in de tussenstand van het kampioenschap, Marco Maurischat, moest namelijk verstek laten gaan en kon daarmee geen punten scoren. Daarvan profiteerde Gerd Habermann maximaal. Met een eerste kwalificatiepositie en winst in zijn kwartfinale was Habermann zijn landgenoot tot op 20 punten genaderd. Omdat de halve finale in het water viel, leek de titel echter toch bij Maurischat terecht te komen. Habermann had echter met 4,599 seconden de snelste run van het weekend op de klokken gebracht, goed voor 25 punten en dus juist voldoende om de titel alsnog naar zich toe te trekken. Ook de Zwitser René Meijerhofer scoorde met een halve finaleplaats goed maar bleef op vijf punten achter Maurischat op een derde plaats in de titelstrijd steken.



Opnieuw Robert Koper
In de klasse Pro Modified mag Robert Koper zich opnieuw kampioen noemen. De snelste man was Koper echter niet. Die rol was weggelegd voor Kent Trenneman. Met een tijd van 4,21 seconden (276 km/u) over de 1/8 mijl stelde de Zweed het baanrecord en zijn persoonlijk record van de MPM Internationals opnieuw scherper. Koper schakelde in de halve finale de steeds sneller wordende Marc Meihuizen uit en had in de finale moeten aantreden tegen Trenneman. Zover kwam het door de regen helaas niet.



Eerste Super Street Car-titel Gordon van Swol
In de klasse Super Street Cars was de spanning voor aanvang van de Dutch Finals te snijden. Het verschil tussen Gordon van Swol en Klaus Romahn bedroeg slechts 75 punten. Aan de strijd kwam echter een voortijdig einde toen de Duitser zich na de kwalificaties met motorschade moest afmelden. Van Swol pakte zijn eerste Super Street Car-titel in stijl door met fraaie jumps eerst Chrit Heynen en in de kwartfinale de kampioen van 2002 Rubert Enjoem naar huis te sturen. Ook hier moest de strijd voor de halve finale gestaakt worden.



Twee kampioenen
Bij de Super Gassers waren twee titels te verdelen, het Nederlands Kampioenschap en het door de Super Gassers zelf opgezette Dutch Open Super Gas Kampioenschap. In deze laatste titelstrijd zijn ook een aantal buitenlandse wedstrijden opgenomen. In beide kampioenschappen ging Robert Joosten voor de Dutch Finals aan de leiding. De regerend kampioen had echter tijdens de kwalificatie met de nodige problemen te kampen en liet daardoor veel punten liggen. De beste kwalificatie reed David Vegter door met een tijd van 9,900 seconden de 100% perfecte indextijd op de klokken te zetten. Tot ieders verrassing werd Joosten vervolgens in de eerste eliminatie ronde ook nog op reactie-tijd uitgeschakeld door Andreas Homburg. Veel beter verging het de nummer twee van de tussenstand, Paul Vrind die met uitstekende reactietijden en goede runs probleemloos tot de halve finale wist door te dringen. Daarmee vergaarde Vrind zoveel punten dat hij Joosten in het Nederlands Kampioenschap met 25 punten passeerde. Omdat de voorsprong van Joosten in het 'internationale kampioenschap' aanzienlijk groter was, bleef Vrind daar tweede. Als de regen geen spelbreker was geweest en Vrind zowel de halve finale als de finale winnend had weten af te sluiten, had hij zich tevens winnaar van het Dutch Open Super Gas Kampioenschap mogen noemen.



Op de index
In de klasse Super Comp waren de verschillen tijdens de kwalificatie minimaal en benaderden liefst zeven deelnemers de index van 8,9 tot op een fractie van een seconde. Eerste was Christian Mazure (8,904), gevolgd door Ulrike Golde (8,905), Lutz Schade (8,906), Zane Llewellyn (8,907), Patrick van Hal (8,917) Jens Riehl (8,918) en Patrick Dubois (8,919). Hoewel de leider in de tussenstand, Riehl al in de eerste ronde werd uitgeschakeld, kon de Duitser de titel toch mee naar huis nemen. In de voorgaande wedstrijden had Riehl met twee overwinningen al zo'n voorsprong opgebouwd dat de concurrentie hem niet meer kon achterhalen.

 
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet